Tot de dood ons scheidt

Vroeger zag ik ‘m altijd de ramen lappen als ik voorbij reed. Zij stond dan in de deuropening en keek toe. Amorf hing ze met haar vette lijf tegen de deurpost. Met nietszeggende blik volgde ze elke beweging van haar man. Af en toe duwde ze met haar middelvinger haar jampotglazen bril omhoog. 

Soms zag ik hen in de stad. Hij sjouwend met twee uitpuilende boodschappentassen, zij waggelend achter hem aan. Samen sloften dan ze naar huis.

Op een dag was ze dood. Kanker. Op de begrafenis sloften de kinderen gelaten achter de kist. Ik heb hen daarna nooit meer gezien. De pa wel. Vanmiddag nog in het voorbijrijden. Vanuit m’n ooghoeken zag ik in een flits zijn metamorfose; een sportieve man die twee fietsen stond vast te maken op z’n auto.  Hij werd geassisteerd door een vlotte vrouw die hetzelfde rode jasje droeg als hij. Een koppel. Een dagje weg…

Valentinus

Valentijntjesdag. Slaafs en trouw als we zijn aan de voorgekauwde commerciële religieusheden, vieren we de liefde. Geen hond die nog denkt aan de oorsprong van het feest. Logisch, het dateert ook uit een ver en vaag verleden, waar Christenen en Heidenen nog volop compromissen sloten. Om politieke en commerciële redenen werden de vruchtbaarheidsrituelen van de wilde noorderlingen gemixt met de heilige heldendaden van de Zuiderse Valentinus. Er is niets nieuws onder de zon. Denk maar eens aan Dubai, waar Valentijnsdag uitbundig gevierd wordt. Ach, het verkoopt goed, en daar is nog geen enkele Arabier slechter van geworden.

Er bestaan verschillende legendes. Boeiend, waar, of niet waar. Het maakt in principe niks uit. Valentijntjesdag is gewoon Valentijntjesdag. Zoals wij dat gewend zijn. De boekskes staan telkens bol van commerciële suggesties. Hoe en waar verwen je je partner. Hotelletjes, romantische restaurantjes, wellness, voor de gelegenheid ondergedompeld in een sausje van bedwelmend rood. De kleur van de liefde. De kleur van Valentijn. Je kan kiezen uit een ruim assortiment van afrodisiaca, opgediend op een plateau van rozenblaadjes en weeïg zoet. Op de 14de Februai behoor je je partner naar ongekende hoogten te brengen. Veertjes, exotische olieën en potentieverhogende dinners zijn joker. Hoe meer geld je spendeert hoe groter de kans dat je in je opzet slaagt.

Uiteraard weer een pijnlijke dag voor de eenzamen. Zoals met kerst, komt ook Valentijn vlijmscherp binnen. Cupido is een kut-engel. De illusie dat half de wereld ligt te dweilen en kwijlen met plastieke romantiek, steekt meedogenloos in de wonde van de eenzaamheid. Dat kleine venijnige engeltje mocht zijn pijlen wel eens wat beter richten, zo klinkt het. Misschien is deze gedachte een troost: één derde van de bevolking gaat vreemd en één op twee huwelijken strandt. Om dan nog maar te zwijgen over de ellende die hieraan vooraf gaat en al de relaties met status ‘gecompliceerd’. Wat niet wil zeggen dat ware liefde niet existeert. Zeker! Ik blijf erin geloven.

Maar net zoals bij kerst, zou het niet beter zijn het hele jaar bewust te zijn van de waarde van liefde? Iedere dag je partner waarderen en vertellen dat je hem/haar graat ziet. Misschien zouden relaties wat langer standhouden. Bovendien, vind je het niet véél pittiger om onverwachts verrast of ‘gepakt’ te worden en de liefde rijkelijk te laten vloeien? In plaats van in een voorgeprogrammeerd Valentinusschema?

Dood en toch levend

De hele dag hetzelfde lied. Opnieuw en opnieuw. Tikkeltje autistisch, maar dat is wat ik doe als ik in de ban geraak. In de ban van muziek. De zangeres in kwestie is dood. Er hangt iets triest in de lucht als ik naar haar luister. Is het mijn melancholie of die van haar? Toen ze dit inzong was ze nog springlevend. Niks dat naar de dood rook. Toch was het verre van aards wat ze zong. Alsof haar stem toen al verlangde naar een wereld van absolute vrijheid. Los van het aardse, los van alle beperkingen, los van alle regels. Ik luister opnieuw. Telkens in tranen. Zoveel herkenning.

Vanochtend las ik haar verhaal. Ze was koppig, bang voor roem en eigenzinnig in muzieksmaak. Ze zong enkel wat zij leuk vond, niet wat anderen haar wilde laten zingen. In geen enkel opzicht heeft ze zich laten vormen door de maatschappij. Ze was zichzelf. Niet op zoek naar geld of het grote succes. Deze puurheid hoor je in haar stem.

Deze stem was te groot om onontdekt te blijven. Na haar confrontatie met kanker volgde kort hierop de dood. Toch leefde ze voort, want na haar overlijden kwam het succes.  Het grote geld kwam uiteindelijk bij haar ouders terecht.

Dank  je Eva

Rennen in een strak lijf

In gloednieuwe sportuitrusting stevende ik gemotiveerd richting sportveld. Een zweem van triomf overviel me. Ik, overwinnaar van de lange, luie, volgevreten winter. Ren! Schalde het door m’n koptelefoon. De start to run-app met de typische ‘dames-kunnen-het-beter-stem’, beval me om te beginnen met lopen. Klaarblijkelijk wist ze waar ze het over had want ik begon me al aardig opgefokt te voelen. Het opzwepende ritme op de achtergrond deed er wellicht nog een schepje bovenop. Toen ik uiteindelijk bijna briesend met schuim op de bek bij het sportveld aankwam, begreep ik nog maar één ding: Rennen!

In mijn ooghoeken zag ik iets bekends voorbij flitsen; gladde, bruine, slanke benen, eindigend in een nauwsluitend broekje met dito strak kontje. WOW, die leek wel uit het laatste sportmagazine te zijn weggelopen. Ik herkende haar als een vroegere klasgenote. Vreemd. Die benen waren vroeger niet zo strak.

Ren! Beval de stem in m’n koptelefoon opnieuw. Even liet ik m’n blik over mijn blanke rondingen gaan. Zucht… maar de stem gaf géén tijd voor verzuchtingen. Dus gedwee zette ik het op een lopen. Na één rondje voelde ik me super. Ademhaling ging goed, spieren liepen warm en de energie gierde door m’n lijf.
En dan stokt m’n adem…

Aan de andere kant van de piste zag ik het nauwsluitende broekje met de felbegeerde benen in elkaar zakken. Mensen renden er naartoe voor hulp. In shock, met een naar gevoel zag ik bovenop de benen een man radeloos op haar borst duwen. Ze bewoog niet. Toen ze even later in de ambulance getild werd, wist niemand of ze nog leefde.
Verslagen wandelde ik naar huis. Vanuit m’n jaszak hoorde ik de bevelende stem herhalen: ‘ren! Haal het beste uit jezelf en ren!’

Thuis aangekomen hoorde ik in de verte de sirenes van de ambulance…

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: