Midday in Paris

We zijn in Parijs. Gisteren aangekomen in een klein gelijkvloers appartementje. De meisjes vonden het top, ik vond het top, alleen mijn wederhelft vond het middelmatig. Lichtjes teleurgesteld. Anderzijds kon ik enkel blij zijn met het feit dat we in Parijs zijn. Op één of andere manier heeft Parijs voor mij een magie die met niets te vergelijken is.

En ja, ondanks dat ik een hekel heb aan luchtvervuiling en ik het niet zo op heb met drukte en toeristen. Voor Parijs doe ik consessies. De romantiek, de sfeer van lang vervlogen tijden waar de lucht bezwangerd was van de geur van gepoederde pruiken, kunst en decadentie. In de twintigste eeuw noemen we dit cultuur en lopen we met grote belangstelling en intellect langs schilderijen die ons schaamteloos vertellen over toen. Toen, toen rijk wreed en arrogant heerste over arm. Toen het gewone volk het spuugzat was geconfronteerd te worden met de excessieve uitbarstingen van voedselverspilling en de opstand groot werd door een tergende hongersnood. De tijd dat de stegen nog stonken naar uitwerpselen en de Seine nog proper was. Deze geschiedenis gaan we vandaag bekijken. In het Louvre en in Versailles. In de hoop dat we er iets uit leren. Dat we onszelf een beetje bijschaven en verfijnen om niet opnieuw dezelfde fouten te maken. Dat we niet opnieuw rijk over arm laten heersen en dat we niet opnieuw vervallen in dezelfde decadentie. Dat we niet opnieuw een revolutie veroorzaken en opnieuw geen oog hebben voor de minder bedeelden.

Of is er eigenlijk niets veranderd in de loop der jaren? Onze vervuiling van nu vertolkt zich in CO2 en de gegoeden dineren nog steeds in dure etablissementen terwijl zwervers zich als hongerige honden voor de deur verzamelen. Nog steeds springen we liever veilig in een taxi dan door gure buurten te lopen waar de haat naar weelde en voorspoed broeierig in de lucht hangt en waar zwerfvuil struikelblokken vormen en stank zich verspreidt

Gaan we dit verteren vandaag? Of gaan we met de stroom mee? De toerist uithangen en genieten van het feit dat wij niet bij de minderbedeelden horen? De geschiedenis leert ons misschien iets vandaag…

Dood en toch levend

De hele dag hetzelfde lied. Opnieuw en opnieuw. Tikkeltje autistisch, maar dat is wat ik doe als ik in de ban geraak. In de ban van muziek. De zangeres in kwestie is dood. Er hangt iets triest in de lucht als ik naar haar luister. Is het mijn melancholie of die van haar? Toen ze dit inzong was ze nog springlevend. Niks dat naar de dood rook. Toch was het verre van aards wat ze zong. Alsof haar stem toen al verlangde naar een wereld van absolute vrijheid. Los van het aardse, los van alle beperkingen, los van alle regels. Ik luister opnieuw. Telkens in tranen. Zoveel herkenning.

Vanochtend las ik haar verhaal. Ze was koppig, bang voor roem en eigenzinnig in muzieksmaak. Ze zong enkel wat zij leuk vond, niet wat anderen haar wilde laten zingen. In geen enkel opzicht heeft ze zich laten vormen door de maatschappij. Ze was zichzelf. Niet op zoek naar geld of het grote succes. Deze puurheid hoor je in haar stem.

Deze stem was te groot om onontdekt te blijven. Na haar confrontatie met kanker volgde kort hierop de dood. Toch leefde ze voort, want na haar overlijden kwam het succes.  Het grote geld kwam uiteindelijk bij haar ouders terecht.

Dank  je Eva

Rennen in een strak lijf

In gloednieuwe sportuitrusting stevende ik gemotiveerd richting sportveld. Een zweem van triomf overviel me. Ik, overwinnaar van de lange, luie, volgevreten winter. Ren! Schalde het door m’n koptelefoon. De start to run-app met de typische ‘dames-kunnen-het-beter-stem’, beval me om te beginnen met lopen. Klaarblijkelijk wist ze waar ze het over had want ik begon me al aardig opgefokt te voelen. Het opzwepende ritme op de achtergrond deed er wellicht nog een schepje bovenop. Toen ik uiteindelijk bijna briesend met schuim op de bek bij het sportveld aankwam, begreep ik nog maar één ding: Rennen!

In mijn ooghoeken zag ik iets bekends voorbij flitsen; gladde, bruine, slanke benen, eindigend in een nauwsluitend broekje met dito strak kontje. WOW, die leek wel uit het laatste sportmagazine te zijn weggelopen. Ik herkende haar als een vroegere klasgenote. Vreemd. Die benen waren vroeger niet zo strak.

Ren! Beval de stem in m’n koptelefoon opnieuw. Even liet ik m’n blik over mijn blanke rondingen gaan. Zucht… maar de stem gaf géén tijd voor verzuchtingen. Dus gedwee zette ik het op een lopen. Na één rondje voelde ik me super. Ademhaling ging goed, spieren liepen warm en de energie gierde door m’n lijf.
En dan stokt m’n adem…

Aan de andere kant van de piste zag ik het nauwsluitende broekje met de felbegeerde benen in elkaar zakken. Mensen renden er naartoe voor hulp. In shock, met een naar gevoel zag ik bovenop de benen een man radeloos op haar borst duwen. Ze bewoog niet. Toen ze even later in de ambulance getild werd, wist niemand of ze nog leefde.
Verslagen wandelde ik naar huis. Vanuit m’n jaszak hoorde ik de bevelende stem herhalen: ‘ren! Haal het beste uit jezelf en ren!’

Thuis aangekomen hoorde ik in de verte de sirenes van de ambulance…

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: