Beste menselijkheden 2019

De goede voornemens van het ‘nieuwjaar’ hebben meestal een houdbaarheidsdatum van 2 weken. Vanaf 15 Januari zit 60% van de wereldbevolking met een rothumeur vanwege collectieve faling, 37% is tegen deze tijd depressief om dezelfde reden, en 3% pleegt zelfmoord. Elk jaar opnieuw. Om deze reden heb ik dit jaar afgezien van alle voornemens. Ik heb me erbij neergelegd dat goede voornemens op nieuwjaar geen kloten waard zijn. Als je iets wil veranderen in je leven hoeft dat niet persé rond de jaarwisseling uitgedrukt te worden. Je doet iets of je doet het niet, zonder teveel gezeik en geslijm.  Het is eigenlijk iets om beschaamd over te zijn als je de statistieken bekijkt. We maken onszelf belachelijk. De meeste wensen komen sowieso niet uit. Je stopt met roken of niet, je verlost jezelf van je overgewicht of niet, je stopt met drinken of niet. Hoe minder verhaal hier rond, hoe meer kans op slagen.

Het massale falen van je medemens na nieuwjaar is sowieso een negatieve frequentie om op mee te surfen. Wil je positieve veranderingen aanbrengen in je leven? Dan kan je daar beter mee beginnen in augustus.  Augustus is de maand bij uitstek om na te denken over wat je wil met je leven. De lichtzinnigheid van de zomer loopt dan op z’n eind en de aankomende herfst geeft je de juiste atmosfeer om te mijmeren en bezinnen. Een perfecte periode om je nieuwe ideeën post te laten vatten. Tegen de jaarwisseling ben je dan volop ontnuchterd, klaar om te feesten en alle  bullshit los te laten. Als het je gelukt is tussen augustus en januari om enkele veranderingen aan te brengen, dan heb je reden tot feesten. Laat de champagne dan maar rijkelijk vloeien. Vreet je dan maar stijf aan foie gras, hoewel ik dat op elk tijdstip van het jaar walgelijk vind. Bah. Arme ganzen hun zieke lever opvreten.

Wil je vermageren? Doe dat in februari. Je bioritme werkt dan het beste mee. Wil je stoppen met roken? Doe het nu, of je sterft aan een enge ziekte. Wil je meer succes in je leven? Gedraag je er dan nu naar. Wacht niet tot nieuwjaar om het je voor te nemen. Leef of het elke dag nieuwjaar is. Neem jezelf voor, faal, sta op en leef. Accepteer dat een nieuw jaar er geen zak aan verandert als jij niet de kracht vindt om op elke dag van het jaar in actie te komen om je dromen waar te maken en je leven mooier te maken.

Ik wens jou voor de rest van je leven een mooi leven. Neem je elke dag iets moois voor. Slaag en faal.  Accepteer en leef.

Dit is mijn wens voor jou en mezelf.

Gelukkig 2019!

Loslaten

Loslaten. Het zoveelste hippe begrip. Oosterlingen hebben er de mond van vol en het westen dweept ermee. Ja, want wij hebben de spirit van het Oosten te pakken. Dat willen we toch graag geloven. Met alle geweld dwingen we onszelf tot spiritualiteit, op weg naar ons hogere zelf, het goddelijke in ons. Whatever. Sommigen noemen het de verbinding met het al, het collectieve onderbewustzijn, moeder natuur.

Vroeger volstond de biecht, de rozenkrans en het schietgebedje. Nu moet je, wil je niet uit de toon vallen, aan yoga doen, mediteren, Zen-boeken lezen en zweverige quotes op Facebook posten. Daar houdt de Oosterse filosofie, voor velen, bij op.

Er is zo’n spreekwoord: ‘die kinderstube zeigt sich immer’. Akkoord, je kan als volwassene een andere mening vormen, jezelf hervormen, anders gaan denken en bijsturen. Maar hoe hard we ons best ook doen, we zullen nooit Oosterlingen worden.

Westerlingen werden met de kerk grootgebracht, of op z’n minst met de ‘verheven’ begrippen uit het instituut. Dit typeert onze sociale cohesie; Vrijzinnig of Christelijk. Vroeger had je de mis op zondag en het gebrandmerkt geweten dat het onderscheid nog kende tussen goed en kwaad. Er werd niet geleerd over loslaten. Integendeel. We werden gedrild om vast te houden aan vroomheid en kuisheid. Het was daar dat zonde om de hoek kwam piepen. Zalige zonde. De spannende vibratie van iets fout te kunnen doen. In het Oosten laten ze dat hoegenaamd los. Zonde krijgt een onschuldig plaatsje op de weg van persoonlijke groei naar verlichting (hoewel je maar eens moet proberen een paar kilootjes coke naar het Oosten te smokkelen…).

Wég met spanning, wég met de mysterieuze zindering die zo eigen is aan de kleine zonde.

We leven in de ‘verlichte tijd’. Maar volgens mij zullen we nooit in staat zijn tot Oosterse ‘verlichting’ te geraken, zolang onze kerkelijke wortels nog zo diep zitten. Het zal z’n tijd nog duren eer we zover zijn. Bovendien, zolang we kerst blijven vieren en kindeken Jezus in de krib blijven wiegen, zullen we er nooit geraken.

Roersel

Roerend in mijn koffie

word ik geroerd

Roerloos blijf ik staan

vraag me roerend af

hoe het roer om te gooien

ontroerd biggelt er

een traan.

Over seks

Teksten die aanslaan staan meestal bol van sensatie, shockerend nieuws, seks, of de uitgesproken mening die alles de pan inhakt. Maar wat als je als schrijfmadam niks te hakken hebt? Je even nergens aan ergert? Wat als het je niks kan schelen wat de buren en Trump uitvreten? Wat als je geen problemen hebt met jezelf of anderen, en je niets, maar dan ook niets sensationeels te melden hebt? Dan heb je blijkbaar een probleem. Een schrijfprobleem. Teksten die slechts gaan over bloemetjes en bijtjes en over hoe mooi het leven is, vervelen. Zo blijkt. Kijk maar in de boekskeswinkels. We willen gepakt en geprikkeld worden. Impact voelen in diverse tinten grijs of op een ‘dag allemaal’ belogen worden. De impact van het roodborstje dat door de tuin huppelt of de pasgeboren baby van drie straten verder, is verzwakt.

De Social Media zijn hier een goede graadmeter voor. Als je daar meldt dat je vanochtend een vos in je tuin hebt gezien en er een linkje bij plaatst, is er geen hond die doorklikt. Meld daarentegen maar eens dat je zelfmoord wil plegen of de niet te beheersen dwang voelt om vreemd te gaan. In een mum van tijd zit heel het Social Media-wereldje op je blog te wroeten, zoekend naar sensatie. Misschien is dit gewoon eigen aan de mens. Zal ik dan maar een seksblog starten…grmph? Of ga ik gewoon door met m’n eigen onzin?

Zondagmiddagvlaai-mensen

Het groepje dat de kerk uitkwam was godvruchtig, hardwerkend en keurig gekleed. Burgerlijk. Hun wekelijks half uurtje godsvrucht zat erop. De dames, wiens haren stijf in de krul zaten bogen zich lichtjes voorover en reikten hun halzen subtiel naar voren om de laatste roddels op te vangen. Wie was er recent gestorven en met wie zwierf de bakkersvrouw in haar vrije uren door de velden? De heren schuifelden onrustig heen en weer, verlangend naar hun pint. Hun zondagse pakken stonken naar mottenballen. Als moeder de vrouw veelbetekenend in hun richting knikte, mochten ze los. Op naar ‘t café, terwijl het vrouwvolk zich huiswaarts repte om de schorten van noeste vlijt om te knopen. Konijn op z’n Vlaams, met patatten, sla en appelmoes. Een warme noen die de zondagse ledigheid zou vullen met vettigheid en slaap.

Elke zondag kwamen de kinderen op bezoek. Zo ging dat, in de vorige eeuw…

De dochters aan de afwas met ma, terwijl de mannen de tuin inspecteerden. Onder de blauwe rook van een sigaar en goede raad over slaplanten en bakstenen metselen, trad pa op als raadsman der praktische aangelegenheden.

Tot ‘le moment suprème’: De vlaai werd geserveerd. Een grote thermoskan waterige koffie werd met krachtige hand op tafel gezet. Voor de kinderen was er limonade. Het zondagsgevoel bereikte nu haar hoogtepunt.
Pa had ondertussen de antenne gericht om samen met de jongens koers te kijken, terwijl de kinderen buiten verstoppertje speelden. 

Tegen vijf uur keerde de rust weer. Het huis was stil en het klokje tikte de avond in. Het was een zondag zoals zo vele. Volgende week zouden ze weer komen.
De vrouwentongen op de vensterbank streelden zachtjes de glasgordijnen die het avondlicht filterden…

Alles is niets

‘Ik ben gescheiden en alles kwijt. Verkeerde keuze gemaakt’, gilde ze.
Iedereen keek op. Kletterende kopjes verstomden, vorken en messen zakten en kauwende monden stopten. De luide bekentenis versnipperde de lucht en bleef pijnlijk tussen haar tafeltje en het mijne hangen. Alle ogen waren op ons gericht.
Een beetje uit het veld geslagen mompelde ik: ‘wat erg voor je’.

‘Gij lacht’ vervolgde ze met overslaande stem. Ze pauzeerde even en lalde verder: ‘Lachen is gezond, dat zouden mensen meer moeten doen.’ Nog nooit had ik me zo ongemakkelijk gevoeld met m’n eigen lach, die nota bene niets met haar te maken had. Het was me niet eens opgevallen dat ze binnengekomen was en aan een aangrenzend tafeltje was gaan zitten.

Alle blikken in het restaurant waren op mij gericht. De collectieve vraag hing als een heet hangijzer in de lucht: ‘Waarom zat gij eigenlijk zo te lachen?’
Eer ik kon antwoorden ging ze luidkeels verder: ‘Gij hebt toch een keer bij mij gepoetst, is het niet? Dat was nog in mijne goeie tijd. Ik had toen een poetsvrouw’. Ze zuchtte en staarde wezenloos voor zich uit, waarna ze zich weer tot mij richtte: ‘Wat doet gij eigenlijk nu?’ Zonder op een antwoord te wachten, vervolgde ze met dubbele tong: ‘Ik geef nog één dag in de week les en doe nagels’, waarna ze zich in stilte hulde. Haar hand, zwaar van ringen, nagels en wel twintig armbanden trilde terwijl ze een glas rosé naar haar lippen bracht. ‘Ik kom daar niet van rond’, riep ze.

Even was ik uit het lood geslagen. Het beeld van de vrouw die ik vijftien jaar geleden ontmoette stond me nog scherp voor de geest. Ze had toen echt alles. Dit in schril contrast met mezelf: mijn enige bezit in die tijd was een koffer vol idealen, een tas met goede moed en een klein zakje met als opschrift: ‘creativiteit’.

Ik weet nog hoe ik in die tijd me soms afvroeg hoe het zou voelen ‘alles’ te hebben…

Tot de dood ons scheidt

Vroeger zag ik ‘m altijd de ramen lappen als ik voorbij reed. Zij stond dan in de deuropening en keek toe. Amorf hing ze met haar vette lijf tegen de deurpost. Met nietszeggende blik volgde ze elke beweging van haar man. Af en toe duwde ze met haar middelvinger haar jampotglazen bril omhoog. 

Soms zag ik hen in de stad. Hij sjouwend met twee uitpuilende boodschappentassen, zij waggelend achter hem aan. Samen sloften dan ze naar huis.

Op een dag was ze dood. Kanker. Op de begrafenis sloften de kinderen gelaten achter de kist. Ik heb hen daarna nooit meer gezien. De pa wel. Vanmiddag nog in het voorbijrijden. Vanuit m’n ooghoeken zag ik in een flits zijn metamorfose; een sportieve man die twee fietsen stond vast te maken op z’n auto.  Hij werd geassisteerd door een vlotte vrouw die hetzelfde rode jasje droeg als hij. Een koppel. Een dagje weg…

Lunch

Vrouwen zijn vreselijk’, fluisterde een vriendin me laatst in de oren. We hadden afgesproken voor lunch. Ze had maar een half uurtje, dus bijkletsen en consumeren moesten in hoog tempo.

Hoe het onderwerp ter sprake kwam weet ik niet meer. Wat ik me wél herinner is dat de vriendin bijna begon te schuimbekken toen ze haar relaas deed:
‘vrouwen roddelen en gaan nooit recht op hun doel af’, zei ze. ‘Ze zijn vals en een potentieel gevaar voor je man. Ze hebben altijd intriges gaande en zijn sowieso ergens jaloers op. Al is het maar op je hond.
’Ik werk nog liever met honderd mannen samen dan met één vrouw’ siste ze.

Een beetje verbouwereerd luisterde ik in stilte verder:
‘mannen zijn véél minder gecompliceerd. Ze denken lineair en zijn veel hanteerbaarder, op voorwaarde dat ze niet afgeleid worden door voorbijwaggelende wulpsheden. Op zo’n moment transformeren ze in testosteron-gedreven-underdogs. Kwispelend, kwijlend, de controle verliezend over hun waardigheid,’ smeet ze eruit.
Ik was ondertussen behoorlijk geshockeerd, maar onderbrak haar niet.
‘Toch verkeer ik het liefst in mannelijk gezelschap’, besloot ze.
‘oei, mijn lunchpauze is over, ik moet terug aan het werk. Kus en tot gauw!’ …en weg was ze.

Beduusd bleef ik nog even zitten. Haar woorden galmden na in m’n hoofd. Zijn vrouwen echt zo erg? En mannen? Ik had stof tot nadenken…

Valentinus

Valentijntjesdag. Slaafs en trouw als we zijn aan de voorgekauwde commerciële religieusheden, vieren we de liefde. Geen hond die nog denkt aan de oorsprong van het feest. Logisch, het dateert ook uit een ver en vaag verleden, waar Christenen en Heidenen nog volop compromissen sloten. Om politieke en commerciële redenen werden de vruchtbaarheidsrituelen van de wilde noorderlingen gemixt met de heilige heldendaden van de Zuiderse Valentinus. Er is niets nieuws onder de zon. Denk maar eens aan Dubai, waar Valentijnsdag uitbundig gevierd wordt. Ach, het verkoopt goed, en daar is nog geen enkele Arabier slechter van geworden.

Er bestaan verschillende legendes. Boeiend, waar, of niet waar. Het maakt in principe niks uit. Valentijntjesdag is gewoon Valentijntjesdag. Zoals wij dat gewend zijn. De boekskes staan telkens bol van commerciële suggesties. Hoe en waar verwen je je partner. Hotelletjes, romantische restaurantjes, wellness, voor de gelegenheid ondergedompeld in een sausje van bedwelmend rood. De kleur van de liefde. De kleur van Valentijn. Je kan kiezen uit een ruim assortiment van afrodisiaca, opgediend op een plateau van rozenblaadjes en weeïg zoet. Op de 14de Februai behoor je je partner naar ongekende hoogten te brengen. Veertjes, exotische olieën en potentieverhogende dinners zijn joker. Hoe meer geld je spendeert hoe groter de kans dat je in je opzet slaagt.

Uiteraard weer een pijnlijke dag voor de eenzamen. Zoals met kerst, komt ook Valentijn vlijmscherp binnen. Cupido is een kut-engel. De illusie dat half de wereld ligt te dweilen en kwijlen met plastieke romantiek, steekt meedogenloos in de wonde van de eenzaamheid. Dat kleine venijnige engeltje mocht zijn pijlen wel eens wat beter richten, zo klinkt het. Misschien is deze gedachte een troost: één derde van de bevolking gaat vreemd en één op twee huwelijken strandt. Om dan nog maar te zwijgen over de ellende die hieraan vooraf gaat en al de relaties met status ‘gecompliceerd’. Wat niet wil zeggen dat ware liefde niet existeert. Zeker! Ik blijf erin geloven.

Maar net zoals bij kerst, zou het niet beter zijn het hele jaar bewust te zijn van de waarde van liefde? Iedere dag je partner waarderen en vertellen dat je hem/haar graat ziet. Misschien zouden relaties wat langer standhouden. Bovendien, vind je het niet véél pittiger om onverwachts verrast of ‘gepakt’ te worden en de liefde rijkelijk te laten vloeien? In plaats van in een voorgeprogrammeerd Valentinusschema?

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: