Roersel

Roerend in mijn koffie

word ik geroerd

Roerloos blijf ik staan

vraag me roerend af

hoe het roer om te gooien

ontroerd biggelt er

een traan.

Over seks

Teksten die aanslaan staan meestal bol van sensatie, shockerend nieuws, seks, of de uitgesproken mening die alles de pan inhakt. Maar wat als je als schrijfmadam niks te hakken hebt? Je even nergens aan ergert? Wat als het je niks kan schelen wat de buren en Trump uitvreten? Wat als je geen problemen hebt met jezelf of anderen, en je niets, maar dan ook niets sensationeels te melden hebt? Dan heb je blijkbaar een probleem. Een schrijfprobleem. Teksten die slechts gaan over bloemetjes en bijtjes en over hoe mooi het leven is, vervelen. Zo blijkt. Kijk maar in de boekskeswinkels. We willen gepakt en geprikkeld worden. Impact voelen in diverse tinten grijs of op een ‘dag allemaal’ belogen worden. De impact van het roodborstje dat door de tuin huppelt of de pasgeboren baby van drie straten verder, is verzwakt.

De Social Media zijn hier een goede graadmeter voor. Als je daar meldt dat je vanochtend een vos in je tuin hebt gezien en er een linkje bij plaatst, is er geen hond die doorklikt. Meld daarentegen maar eens dat je zelfmoord wil plegen of de niet te beheersen dwang voelt om vreemd te gaan. In een mum van tijd zit heel het Social Media-wereldje op je blog te wroeten, zoekend naar sensatie. Misschien is dit gewoon eigen aan de mens. Zal ik dan maar een seksblog starten…grmph? Of ga ik gewoon door met m’n eigen onzin?

Zondagmiddagvlaai-mensen

Het groepje dat de kerk uitkwam was godvruchtig, hardwerkend en keurig gekleed. Burgerlijk. Hun wekelijks half uurtje godsvrucht zat erop. De dames, wiens haren stijf in de krul zaten bogen zich lichtjes voorover en reikten hun halzen subtiel naar voren om de laatste roddels op te vangen. Wie was er recent gestorven en met wie zwierf de bakkersvrouw in haar vrije uren door de velden? De heren schuifelden onrustig heen en weer, verlangend naar hun pint. Hun zondagse pakken stonken naar mottenballen. Als moeder de vrouw veelbetekenend in hun richting knikte, mochten ze los. Op naar ‘t café, terwijl het vrouwvolk zich huiswaarts repte om de schorten van noeste vlijt om te knopen. Konijn op z’n Vlaams, met patatten, sla en appelmoes. Een warme noen die de zondagse ledigheid zou vullen met vettigheid en slaap.

Elke zondag kwamen de kinderen op bezoek. Zo ging dat, in de vorige eeuw…

De dochters aan de afwas met ma, terwijl de mannen de tuin inspecteerden. Onder de blauwe rook van een sigaar en goede raad over slaplanten en bakstenen metselen, trad pa op als raadsman der praktische aangelegenheden.

Tot ‘le moment suprème’: De vlaai werd geserveerd. Een grote thermoskan waterige koffie werd met krachtige hand op tafel gezet. Voor de kinderen was er limonade. Het zondagsgevoel bereikte nu haar hoogtepunt.
Pa had ondertussen de antenne gericht om samen met de jongens koers te kijken, terwijl de kinderen buiten verstoppertje speelden. 

Tegen vijf uur keerde de rust weer. Het huis was stil en het klokje tikte de avond in. Het was een zondag zoals zo vele. Volgende week zouden ze weer komen.
De vrouwentongen op de vensterbank streelden zachtjes de glasgordijnen die het avondlicht filterden…

Alles is niets

‘Ik ben gescheiden en alles kwijt. Verkeerde keuze gemaakt’, gilde ze.
Iedereen keek op. Kletterende kopjes verstomden, vorken en messen zakten en kauwende monden stopten. De luide bekentenis versnipperde de lucht en bleef pijnlijk tussen haar tafeltje en het mijne hangen. Alle ogen waren op ons gericht.
Een beetje uit het veld geslagen mompelde ik: ‘wat erg voor je’.

‘Gij lacht’ vervolgde ze met overslaande stem. Ze pauzeerde even en lalde verder: ‘Lachen is gezond, dat zouden mensen meer moeten doen.’ Nog nooit had ik me zo ongemakkelijk gevoeld met m’n eigen lach, die nota bene niets met haar te maken had. Het was me niet eens opgevallen dat ze binnengekomen was en aan een aangrenzend tafeltje was gaan zitten.

Alle blikken in het restaurant waren op mij gericht. De collectieve vraag hing als een heet hangijzer in de lucht: ‘Waarom zat gij eigenlijk zo te lachen?’
Eer ik kon antwoorden ging ze luidkeels verder: ‘Gij hebt toch een keer bij mij gepoetst, is het niet? Dat was nog in mijne goeie tijd. Ik had toen een poetsvrouw’. Ze zuchtte en staarde wezenloos voor zich uit, waarna ze zich weer tot mij richtte: ‘Wat doet gij eigenlijk nu?’ Zonder op een antwoord te wachten, vervolgde ze met dubbele tong: ‘Ik geef nog één dag in de week les en doe nagels’, waarna ze zich in stilte hulde. Haar hand, zwaar van ringen, nagels en wel twintig armbanden trilde terwijl ze een glas rosé naar haar lippen bracht. ‘Ik kom daar niet van rond’, riep ze.

Even was ik uit het lood geslagen. Het beeld van de vrouw die ik vijftien jaar geleden ontmoette stond me nog scherp voor de geest. Ze had toen echt alles. Dit in schril contrast met mezelf: mijn enige bezit in die tijd was een koffer vol idealen, een tas met goede moed en een klein zakje met als opschrift: ‘creativiteit’.

Ik weet nog hoe ik in die tijd me soms afvroeg hoe het zou voelen ‘alles’ te hebben…

Tot de dood ons scheidt

Vroeger zag ik ‘m altijd de ramen lappen als ik voorbij reed. Zij stond dan in de deuropening en keek toe. Amorf hing ze met haar vette lijf tegen de deurpost. Met nietszeggende blik volgde ze elke beweging van haar man. Af en toe duwde ze met haar middelvinger haar jampotglazen bril omhoog. 

Soms zag ik hen in de stad. Hij sjouwend met twee uitpuilende boodschappentassen, zij waggelend achter hem aan. Samen sloften dan ze naar huis.

Op een dag was ze dood. Kanker. Op de begrafenis sloften de kinderen gelaten achter de kist. Ik heb hen daarna nooit meer gezien. De pa wel. Vanmiddag nog in het voorbijrijden. Vanuit m’n ooghoeken zag ik in een flits zijn metamorfose; een sportieve man die twee fietsen stond vast te maken op z’n auto.  Hij werd geassisteerd door een vlotte vrouw die hetzelfde rode jasje droeg als hij. Een koppel. Een dagje weg…

Lunch

Vrouwen zijn vreselijk’, fluisterde een vriendin me laatst in de oren. We hadden afgesproken voor lunch. Ze had maar een half uurtje, dus bijkletsen en consumeren moesten in hoog tempo.

Hoe het onderwerp ter sprake kwam weet ik niet meer. Wat ik me wél herinner is dat de vriendin bijna begon te schuimbekken toen ze haar relaas deed:
‘vrouwen roddelen en gaan nooit recht op hun doel af’, zei ze. ‘Ze zijn vals en een potentieel gevaar voor je man. Ze hebben altijd intriges gaande en zijn sowieso ergens jaloers op. Al is het maar op je hond.
’Ik werk nog liever met honderd mannen samen dan met één vrouw’ siste ze.

Een beetje verbouwereerd luisterde ik in stilte verder:
‘mannen zijn véél minder gecompliceerd. Ze denken lineair en zijn veel hanteerbaarder, op voorwaarde dat ze niet afgeleid worden door voorbijwaggelende wulpsheden. Op zo’n moment transformeren ze in testosteron-gedreven-underdogs. Kwispelend, kwijlend, de controle verliezend over hun waardigheid,’ smeet ze eruit.
Ik was ondertussen behoorlijk geshockeerd, maar onderbrak haar niet.
‘Toch verkeer ik het liefst in mannelijk gezelschap’, besloot ze.
‘oei, mijn lunchpauze is over, ik moet terug aan het werk. Kus en tot gauw!’ …en weg was ze.

Beduusd bleef ik nog even zitten. Haar woorden galmden na in m’n hoofd. Zijn vrouwen echt zo erg? En mannen? Ik had stof tot nadenken…

Valentinus

Valentijntjesdag. Slaafs en trouw als we zijn aan de voorgekauwde commerciële religieusheden, vieren we de liefde. Geen hond die nog denkt aan de oorsprong van het feest. Logisch, het dateert ook uit een ver en vaag verleden, waar Christenen en Heidenen nog volop compromissen sloten. Om politieke en commerciële redenen werden de vruchtbaarheidsrituelen van de wilde noorderlingen gemixt met de heilige heldendaden van de Zuiderse Valentinus. Er is niets nieuws onder de zon. Denk maar eens aan Dubai, waar Valentijnsdag uitbundig gevierd wordt. Ach, het verkoopt goed, en daar is nog geen enkele Arabier slechter van geworden.

Er bestaan verschillende legendes. Boeiend, waar, of niet waar. Het maakt in principe niks uit. Valentijntjesdag is gewoon Valentijntjesdag. Zoals wij dat gewend zijn. De boekskes staan telkens bol van commerciële suggesties. Hoe en waar verwen je je partner. Hotelletjes, romantische restaurantjes, wellness, voor de gelegenheid ondergedompeld in een sausje van bedwelmend rood. De kleur van de liefde. De kleur van Valentijn. Je kan kiezen uit een ruim assortiment van afrodisiaca, opgediend op een plateau van rozenblaadjes en weeïg zoet. Op de 14de Februai behoor je je partner naar ongekende hoogten te brengen. Veertjes, exotische olieën en potentieverhogende dinners zijn joker. Hoe meer geld je spendeert hoe groter de kans dat je in je opzet slaagt.

Uiteraard weer een pijnlijke dag voor de eenzamen. Zoals met kerst, komt ook Valentijn vlijmscherp binnen. Cupido is een kut-engel. De illusie dat half de wereld ligt te dweilen en kwijlen met plastieke romantiek, steekt meedogenloos in de wonde van de eenzaamheid. Dat kleine venijnige engeltje mocht zijn pijlen wel eens wat beter richten, zo klinkt het. Misschien is deze gedachte een troost: één derde van de bevolking gaat vreemd en één op twee huwelijken strandt. Om dan nog maar te zwijgen over de ellende die hieraan vooraf gaat en al de relaties met status ‘gecompliceerd’. Wat niet wil zeggen dat ware liefde niet existeert. Zeker! Ik blijf erin geloven.

Maar net zoals bij kerst, zou het niet beter zijn het hele jaar bewust te zijn van de waarde van liefde? Iedere dag je partner waarderen en vertellen dat je hem/haar graat ziet. Misschien zouden relaties wat langer standhouden. Bovendien, vind je het niet véél pittiger om onverwachts verrast of ‘gepakt’ te worden en de liefde rijkelijk te laten vloeien? In plaats van in een voorgeprogrammeerd Valentinusschema?

Dood en toch levend

De hele dag hetzelfde lied. Opnieuw en opnieuw. Tikkeltje autistisch, maar dat is wat ik doe als ik in de ban geraak. In de ban van muziek. De zangeres in kwestie is dood. Er hangt iets triest in de lucht als ik naar haar luister. Is het mijn melancholie of die van haar? Toen ze dit inzong was ze nog springlevend. Niks dat naar de dood rook. Toch was het verre van aards wat ze zong. Alsof haar stem toen al verlangde naar een wereld van absolute vrijheid. Los van het aardse, los van alle beperkingen, los van alle regels. Ik luister opnieuw. Telkens in tranen. Zoveel herkenning.

Vanochtend las ik haar verhaal. Ze was koppig, bang voor roem en eigenzinnig in muzieksmaak. Ze zong enkel wat zij leuk vond, niet wat anderen haar wilde laten zingen. In geen enkel opzicht heeft ze zich laten vormen door de maatschappij. Ze was zichzelf. Niet op zoek naar geld of het grote succes. Deze puurheid hoor je in haar stem.

Deze stem was te groot om onontdekt te blijven. Na haar confrontatie met kanker volgde kort hierop de dood. Toch leefde ze voort, want na haar overlijden kwam het succes.  Het grote geld kwam uiteindelijk bij haar ouders terecht.

Dank  je Eva

Hoe dump je een schoondochter

Z’n vastberaden blik stond gefocust. Hij had een doel. Een bestemming. Grote koffer in de hand en klein rugzakje op de rug. Af en toe wierp hij een blik op z’n vader en moeder.

Zijn lief stond er ook, allen heftig zwaaiend bij de ingang van het station. Een emotioneel afscheid. Papa in tranen met de troostende hand van mama op z’n rug. Het lief ook in tranen. Niemand troostte haar.
Haar ogen spraken verdriet en berusting. Ze wist dat ze hem kwijt was.

Af en toe duwde hij aan z’n bril. Verder bleven zijn staalblauwe ogen en vierkante kaken onbewogen. Hij had nu even geen ruimte voor zoveel emoties. Nee, hij was blij. Hij was vrij. Een nieuw leven wachtte hem. Hij had een focus, een doel. En een helder verstand. Teveel verstand om te blijven hangen in het stadje waar hij geboren was. Zijn vader en moeder zagen eruit als de lokale huisdokter en de plaatselijke notaris. Brave burgers, beschaafd en welopgevoed. Hij hield van hen, dat kon je zien. Maar de kleinburgerlijkheid kwam ‘m z’n neus uit. Dat kon je ook zien.

Toen hij even later plaats nam in de trein, ouders en lief buiten gezichtsveld, kon hij z’n opluchting niet meer verbergen. Nonchalant zette hij z’n koptelefoontjes op en staarde naar het voorbij flitsende landschap. Op naar een nieuw leven, op naar de grote geesten der aarde, op naar het grensoverschrijdend intellect van de universiteiten van Cambridge.

Pa en ma waren fier, blij en opgelucht. Hun zoon deed waar zij zelfs niet van hadden durven dromen vroeger. Ook wisten ze dat ze nu eindelijk bevrijd waren van dat vervelende wicht dat een beetje verloren naast hen stond…

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: