Joie de vivre!

Met een ijzerdraadje viste ze naar de ring die ze net op de grond had laten vallen. Hijgend greep ze het ding stevig vast alsof ze het nooit meer los zou laten. Toen ze rechtkwam hing haar zwarte zonnebril scheef op haar neus.  Met een geroutineerde beweging duwde ze hem weer op z’n plaats en keek even rond om te zien of het iemand opgevallen was.

Blonde krullen verborgen voor een deel een langwerpig gelaat met een enorme onderkin die overging in een amorf lichaam. Het lijf was omhuld door een luchtig gewaad. Zeker en vast een prijzig kledingstuk want op haar handtas pronkte Chanel en op de oren van haar bril, Prada. In contrast met haar zwierige outfit droeg ze sportschoenen. Een stuk ontbloot been zag gezwollen, blauw en paars.

Ze zat alleen aan een tafel voor vier in het restaurant waar wij ook zaten. Haar armen rustten zwaar naast haar bestek terwijl ze het ene glas bubbels na het andere ledigde. Af en toe glimlachte ze in onze richting vanuit een vuurrode mond met hagelwitte tanden. Ik probeerde niet te staren maar zij zag wellicht mijn fascinatie. Ongestoord at en dronk ze rustig verder terwijl ze tussendoor met haar lange scherpe nagels het druk had met texten. De antwoorden kwamen binnen op een Caraïbisch toontje, vrolijk en luchtig. Haar virtueel tafelgezelschap deed haar meerdere malen zuchten en glimlachen.

Ondertussen vroeg ik me af hoe zij straks met goed fatsoen het etablissement zou kunnen verlaten want de hoeveelheden drank die volgden op de bubbels waren genoeg om een heel dorp plat te leggen.

Toen ze uiteindelijk de rekening vroeg en met een blinkende gouden kaart betaalde, verplaatste ze zich waggelend en hijgend naar haar auto. Met een geroutineerde beweging wrong ze zich in de rode sportauto en reed met hoge snelheid de parking af.
Weg was ze. 

De tafel waar ze gezeten had was nadrukkelijk leeg na haar vertrek. De grote vraag hing onbeantwoord in de lucht; wie was deze flamboyante vrouw die in haar eentje lunchte in een fancy restaurant bij de Méditerranée…
De ober had mijn gedachten wellicht gelezen want op samenzwerende toon zei hij: dat is ex miss Spanje…

Ticket to the moon

Toen ik vanochtend een ommetje maakte met de honden door de lommerrijke straten van Barcelona, liep ik voorbij twee lange rijen mensen. De eerste stond aan te schuiven voor de derde booster van het Covid vaccin. De tweede voor een lotto-briefje. Het enthousiasme bij de twee rijen was vergelijkbaar. Gelatenheid hing als een mist over hen heen. In beide gevallen wachtte men op wat het ‘lot’ beslissen zou. De grote G&G van het leven: Gezondheid en Geld, dé tickets bij uitstek naar vrijheid.  Dat eerste ticket, het fameus covidpasje, de nieuwe leiband van de staat, beslist waar we wel en niet mogen zitten en waar we mogen pissen of kakken. Mét of zonder masker weliswaar. De mens wikt en big brother beschikt. Onze vermeende vrijheid zoals we die kenden onder de illusie van democratie, ligt nu definitief aan diggelen. Het is spuiten en slikken of je ligt eruit. Geen bioscoop, geen romantisch dineetje en al helemaal geen Spa-weekendjes voor degenen die opteren om te mogen beschikken over hun eigen lijf.

Onder het mom dat je niet meer kan overlijden aan de gevolgen van covid en de garantie dat je je vrijheid behoudt, groeien de wachtrijen bij de vaccinatiecentra. Dat steeds meer mensen zich onverklaarbaar vermoeid voelen of extreem haarverlies hebben, wordt genegeerd. De ongeziene stijging van hartfalen, TIA’s en andere kwalen waar men voorheen geen last van had, inbegrepen. Nee hoor, dit staat los van de bijwerkingen. De overvolle ziekenhuizen met gevaccineerden aan de beademing, stemmen toch tot nadenken.

Nieuwe lockdowns liggen op de loer. Niemand wil dit horen. Niemand wil het er over hebben, want straks is er dat bedrijfsfeestje waar we persé naartoe moeten. En volgende week komt de nieuwe James Bond uit…
Krampachtig grijpen we naar onze vermaarde vrijheid die als ijle lucht door onze vingers glijdt.

Terwijl ik mijmerend mijn weg verder zet, vraag ik me af of ik toch maar opteer voor een lotto-briefje in plaats van een derde booster…

Oergeluk

Sommige mensen delen liever in je verdriet dan in je vreugde. Ik vond dit een pijnlijke gewaarwording. Zolang ik anderen deelgenoot maakte van m’n ellende, vond ik gehoor. Vanaf het moment dat het me voor de wind ging werd het ineens stil uit bepaalde hoeken. Teleurstellend. Maar ook dit gaf ik een plaats. Het leven gaat verder. Het heeft me niet tegengehouden op mijn levenspad naar geluk.

Hoe heerlijk is het als grootmoedige zielen delen in je vreugde en voorspoed. Ik hou van mensen die je vooruitgang gunnen en die blij kunnen zijn als jij blij bent. Mensen die meeleven met je succes, ondanks dat het hen misschien nog niet zo voor de wind gaat.

Kortzichtige mensen verliezen uit het oog dat aan geluk of succes meestal een calvarietocht voorafgegaan is. Een gestadig zwoegen op een pad van vallen en opstaan. Een pad waar de bodem geraakt werd en keihard tegen muren gebotst werd. Bikkelharde levenslessen. 

Mijn ervaring is dat geluk ons niet zomaar in de schoot geworpen wordt. Voor mij is gelukkig zijn een werkwoord van consistente en consequente arbeid. Het is elke dag opnieuw durven beginnen met het leven en jezelf met een onvermoeibare discipline in het geluksgareel dwingen. Bewust afstemmen op positieve gedachten terwijl je lichaam en je emoties het uitschreeuwen om het tegenovergestelde te doen, omdat ze dit gewend zijn. Oude negatieve gedachten vervangen door nieuwe is geen sinecure.

Volgens mijn bescheiden mening is hoe we ons voelen een keuze. Een manier van denken. Elke emotie begint bij een gedachte, bewust of onbewust. Ik heb gemerkt dat als ik elke dag de knop omdraai van negatief- naar positief, na verloop van tijd het gevoel zich daarop afstemt. Zoals een spier sterk wordt na doelgerichte training, zo wordt onze geluksspier ook sterker door consequente oefening.

Elk mens bewandelt een levenspad dat bezaaid is met goed en kwaad, ellende en voorspoed. Wat je achtergrond ook is, niemand wordt gespaard, in tegenstelling van wat sommige mensen denken; dat geluk je zomaar in de schoot geworpen wordt. 

Het is aan ons wat we met ons leven doen. Een vrije keuze. Mensen die voor bitterheid en frustratie kiezen, verzuren. Degenen die alles wat hen tegemoet komt kunnen omarmen en ermee leren omgaan in plaats van het te bevechten, zijn meestal de gelukkigste en aangenaamste mensen. Innerlijke rust is de moeder van het geluk. Volgens mij kan je enkel in deze energiestroom de koers van je leven veranderen. Dit staat los van religie, los van spiritualiteit. Noem het empirische boerenwijsheid of onderdeel van de natuurwetten. 

In het Westen meent men dat ze in het Oosten verder staan om de opperste staat van gelukzaligheid te bereiken. Balancerend op de flinterdunne lijn tussen religie en spiritualiteit gooien velen zich op de Oosterse filosofieën, in de hoop de begeerde staat van verlichting te vinden. Als ik de algemene staat van welzijn en geluk in China, Japan of India onder de loep neem, heb ik er zo mijn bedenkingen bij. Natuurlijk kunnen we leren van de Oosterse wijsheden en het zal zeker en vast ons leven verrijken. Maar ik vind dat boeken en motivatie coaches uit hun voegen barsten van overstimulatie om de Oosterse methoden te promoten. Het Oosten kan je niet in het Westen wringen. Zoveel is zeker. We kunnen wel van elkaar leren.

Ja, ik heb ook geprobeerd om mezelf in ingewikkelde meditatie houdingen te wringen in een poging om mijn malende geest te leren bedwingen. Na veel pijnlijke krampen en fluitende oren van monotone klanken, heb ik het losgelaten. Nog zo’n verheven begrip: loslaten. Sorry, maar ik heb het opgegeven. Noem het de aardse vorm van loslaten.  

Ik ben tot de conclusie gekomen dat wij van hier zijn, van het kille natte Noorden, ten westen van het Oosten. De plek waar de Kelten en de Germanen hun ding deden voordat de Christenen vonden dat ze het beter wisten. Oude geschiedenis, maar wel interessant om inzicht in onze roots te krijgen. Om te begrijpen hoe filosofie, religie en spiritualiteit in elk deel van de wereld toch wel een rol blijkt te spelen in het vinden van geluk.

In onze contreien pleegde men de natuur te aanbidden. Elk natuurelement werd aan een andere god gekoppeld. Men geloofde in goede en kwade geesten. In deze context werden er veel wilde feesten georganiseerd zoals Carnaval, het Zonnewende, Halloween of volle maan- rituelen. Voortekens voor gebeurtenissen, goed of kwaad, vond men in de natuur. Kwalen en ziekten werden aangepakt met kruiden en alles wat moeder aarde te bieden heeft. 

Vanaf het moment dat er goden betrokken worden in het verhaal, draait het altijd rond dezelfde thema’s: de strijd tussen goed en kwaad. Boze geesten verdrijven en de goede geesten of God gunstig stemmen. De vruchtbaarheid vieren en de zegen afsmeken voor goede oogsten, voorspoedige- en vruchtbare tijden. Bij de Noorderlingen speelde goed vreten, flink zuipen en stevig seksen altijd al een belangrijke rol. Op deze manier geraakten onze voorouders in trance om hun staat van verlichting of geluk te bereiken. Als men dan ‘oude Belgen-gewijs’ uit-gefeest of uit-georgiëd was, klaarde de lucht weer op, had men terug ruimte voor elkaar en kon men in vrede verder leven.

Nu wil ik niet zeggen dat ik me vastpin op deze oude gebruiken.  Nee, maar het helpt me om het leven op een gezonde en evenwichtige manier te benaderen. Het gaat in essentie allemaal om ruimte creëren in je ziel zodat je in staat ben om lief te hebben, jezelf en je naaste. En dat je daarbij innerlijke rust vindt en anderen het licht in de ogen kan gunnen. Welke weg je kiest om daar te geraken maakt in principe niet zoveel uit.

Voor mezelf heb ik gemerkt dat nachtwandelingen bij volle maan, een dankwoord aan moeder aarde en af en toe eens goed doorzakken en lekker feesten, mij ook rust brengen. Soms mezelf lekker orgie-gewijs volproppen met vettig voedsel, kan zo goed doen. Alles met mate of maten, natuurlijk. Aan ons de keuze. 

Om terug te komen op de kortzichtige ‘boze geesten’ van mensen die niet kunnen delen in andermans blijdschap of voorspoed, die verdrijf ik tijdens lange wandelingen waar ik mijn grieven uit aan de bomen en het gras, of aan de god daarvan.

Ik wens je alle geluk en voorspoed in alles wat je doet of niet doet!

De onderliggende aandoening

Onze Westerse cultuur en onze ‘plastic way of thinking’ hebben ons ver verwijderd van wie we ooit waren. Ooit waren we oersterk. Toen we nog oermens heetten. In die tijd bulkten we van de energie en gold het recht van de sterkste. Met gemak renden we een kilometertje of twintig om een wild dier de kop af te rukken, om het vervolgens met blote hand te villen en in stukken te verdelen onder onze dierbaren. De onzen beschermden we letterlijk met hand en tand. Eenvoud vierde hoogtij. Het was over het algemeen ook duidelijk wie onze vijanden waren. De natuur omvatte alles. Ze was onze religie, onze leermeesteres, onze toevlucht, onze vijand, onze moeder en ons genot. Van intuïtie hadden we nog nooit gehoord. Alles was basic instinct. We waren één met de natuur.

Anno 2020 zijn we beschaafd. We hebben de natuur niet meer zo nodig. De God van de donder heeft plaatsgemaakt voor de adonissen van de wetenschap. Van verwilderde krachtpatsers zijn we geëvolueerd naar intelligente en geciviliseerde wezens.

Ranzige Van Ranstjes vertellen ons nu wie de vijand is en hoe wij ons moeten beschermen. Sensationele nieuwsuitzendingen kwaken over hoe we moeten omgaan met onze nieuwe vijand, Covid 19. Van honderdvijftig centimeter afstand tot het muilkorven van onze kinderen. Pootjes wassen en ontsmettingsmiddel op je pollen! Hier en daar wat getinte codes van geel, oranje tot rood. Doe mij maar code wit!

Géén enkele viroloog vertelt iets zinnigs over dat minuscule monster. Omdat ze het niet weten. Ze weten niks en vertellen niks. Als je onderliggende aandoeningen hebt kan Covid 19 fatale gevolgen hebben. Daar moeten we het mee doen. 

Moeder natuur daarentegen wordt genegeerd. Maar zij staat wel met uitstrekte hand te smeken om hulp te bieden. Ze brult het uit dat we moeten stoppen met de lucht te vervuilen en ons eten te vergiftigen. Ze kijkt verdrietig toe hoe we toelaten om onder ongezonde werkdruk te functioneren. Ze schudt het hoofd als ze ziet hoe we onze kinderen en onszelf vergiftigen en versuikeren met alcohol, vet en frisdrank. Om nog maar te zwijgen over de tonnen bewaarmiddelen en kleurstoffen om ons happy te houden met mooi voedsel. Ze smeekt ons om onze verkankerde, suikerzieke wereld te veranderen. 

Ze dringt aan om te stoppen met over-cultivatie, en om te stoppen met stressen over niks. Ze vraagt ons waarom we in 24u activiteiten willen proppen die een normaal mens 48u zou kosten. Ze kijkt zorgelijk naar uitgeputte kinderen die irreëel zware lasten op hun schoudertjes moeten dragen. De lat ligt hoog. Messi en Rihanna van Instagram zijn hun rolmodellen.

Meewarig kijkt moeder natuur naar de eindeloze bucketlists die nog afgewerkt moeten worden. Wat een druk.

En dan horen we van de ‘ranzige Van ranstjes’ dat Covid 19 gevaarlijk is voor mensen met onderliggende aandoeningen. Is onze verziekte maatschappij niet onze onderliggende aandoening? Daar wordt in alle talen over gezwegen.

Wanneer horen we iets over het versterken van onze immuniteit? Over het verlagen van onze stresslevels? Over het leren omgaan met onze emoties, gezonde voeding en lichaamsbeweging? Nee, niet je half dood fietsen of marathons willen lopen omdat je persé je grenzen moet verleggen… 

Oh ja, er is een kentering. En gelukkig zijn meer en meer mensen bewust aan het worden. Maar de bewustwording is er één van keiharde realiteit. Wetende dat we enkel met verenigde krachten en niet met verkrachte eenden, het schip kunnen draaien. Enkel dan maken we een kans om terug oersterk te worden.

Fietsen door de tijd

Vroeger, toen vrouwen nog naar hun mannen luisterden was alles anders. Anders, maar toch hetzelfde. Het verschil nu, zit ’m in de creativiteit van de man om zijn vrijheid te kunnen claimen. Zeventig jaar geleden hoefde dat niet zo. In doorsnee Vlaamse dorpen was het bijvoorbeeld traditie dat men op zondagochtend naar de kerk ging. Zondagse kleren aan en hup, braaf naar de mis. Na deze wekelijkse vromelijkheid pleegde manlief het café in te duiken voor een frisse pint en een babbel. Moeder de vrouw knoopte dan haar schort van noeste ijver voor om de zondagsnoen te bereiden. Tegen de tijd dat het hele dorp naar gekookte patatten en gebakken vlees rook, was het voor manlief tijd om heim te keren. Wellicht kreeg hij dan z’n wekelijkse saus; dat zijn adem naar bier stonk en hoe hij aan dat blauw oog kwam. Daarna werd het middagmaal in rust en vrede verorberd. Namiddag was er vlaai en koers op tv. Een nieuwe werkweek kon beginnen.

Vreemdgaan deed men achter hoek en kant, in het veld of in de schuur. Er was altijd wel een deerne te vinden voor een pleziertje in het hooi. Moeder de vrouw wist zogenaamd van niets. Ze zweeg. Ze negeerde de weeë geur in zijn kleren en hield haar mond over de roddels in het dorp. Wat kon ze ook anders. Scheiden was uit den boze en protest aantekenen stond voor velen gelijk aan een pak slaag. Zij had de zorg voor de kindjes en het huishouden, dus zweeg ze. Voor haar was er altijd nog de melkboer.

Anno 2020 hijst de gemiddelde Vlaming zich op zondagochtend in een strak pak om vol passie zijn hangbuikje over de stang van z’n racefiets te buigen. Meestal doet hij dit niet alleen. Hij doet het in groepjes van 3 tot 50. Stoer en sportief manvolk siert de straten van het Vlaamse land. 90% overleeft deze ritten, 10% helaas niet. Hartfalen of ongeluk worden als oorzakelijk getipt. Teveel bier en spierballen rollen zitten hier wellicht voor iets tussen. De kerk maakte plaats voor 80km doortrappen en het café verplaatste zich naar een paar dorpen verder.

De grieten in het hooi maakten plaats voor de digitale fantasie, de pornhubs en de online dates. Het boerenwerk ruilde men in voor het kantoor in de stad en in plaats van op de traktor, zit men nu in de file. Vrijheid kan enkel nog geclaimd worden met creativiteit. Mannen van nu moeten multitasken gelijk een vrouw; denken aan de vergrendeling van de smartphone, het ingewikkelde paswoord op de computer, het leegmaken van de cache en het verbergen van de Whatsapp berichten. In de evolutie van toen tot nu werden mannen creatiever en vrouwen slimmer. Geëmancipeerde gelijkheid?

Op vrijheid staat nu een hoge prijs voor de hedendaagse man. Als hij niet sportief en creatief genoeg is, en zij te slim, mag hij zijn zondagse noen zelf maken en in alle eenzaamheid verder fantaseren over zijn digitale droomgriet die sowieso nooit zou slikken waar hij van droomt, terwijl zijn ex met haar nieuwe adonis de geschiedenis herhaalt.

Hoe schoon en ongecompliceerd het toch was in die goede oude tijd…

Wat als

Zoveel kruispunten in één leven.  Zoveel keuzes.  Zoveel te kiezen, zoveel gekozen.
De eerste kus, de eerste fiets, de eerste kop koffie, de eerste vakantie, het eerste kind, het eerste huwelijk…

Af en toe denk ik, wat als… Wat als ik op dat ene kleine moment iets anders had gekozen. Hoe zou m’n leven er dan uitzien.

Neem mijn eerste kus.  Ik was helemaal niet verliefd, wél gefascineerd.  Op mijn zestiende kreeg ik mijn eerste kus.  Hij was helemaal weg van mij, ik enkel nieuwsgierig.  Eer ik begreep wat er gaande was, voelde ik een lange stijve tong in mijn mond draaien, zoekend naar iets wat ik niet begreep.  Hij smaakte vies.  De jongen in kwestie wilde nog kussen.  Ik niet.  Ik wist genoeg.  Dit hoefde niet voor mij.

Stel je voor dat ik wél ingestemd had met die tweede kus, en een derde en een vierde. Stel dat ik mezelf helemaal in de liefde gesmeten had en wél verliefd was geworden. Pas véél later ontdekte ik dat tongkussen te vergelijken is met je eerste koffie. Het vraagt een beetje doorzetting eer je de smaak te pakken hebt. 

Misschien was ik dan wél gegaan voor het huisje, boompje en tuintje.  Trouwen, bouwen, kindjes en de carrière. Dan had ik misschien geen 75 jobs gehad en 35 keer verhuisd.  Klinkt ongeloofwaardig, maar geloof me, dit zijn keiharde feiten. 

Misschien had ik dan nu een zoon van 30 die het huis niet uitwilde en die de hele dag spelletjes lag te spelen.  Wie weet, had ik dan al twee burnout’s en een kanker overwonnen omdat het leven zo stresserend was.  Of misschien had ik dan een vechtscheiding achter de rug, waarbij ik een huis gewonnen- en vrede verloren had.
Of misschien ging alles zijn gangetje en was ik tevreden.

De ‘wat alsen’ zijn eindeloos.  Zoveel kruispunten passeren.  Je kan er veel nutteloze tijd aan verdoen.

Mijn leven is gegaan zoals het is gegaan.  Goed of slecht.  Geen oordeel.  Voor mij is het goed.  Had het anders gekund?  Jazeker. Beter?  Welke weg je ook kiest.  Het is jouw weg.  De beste weg.  De enige weg.

De Kale waarheid

Z’n kale hoofdhuid stond vol met rode puntjes. Het zag er pijnlijk uit. Gezwollen, bijna paars. Alsof ze met dikke naalden in zijn schedel geprikt hadden. Waarom hij een Björn Borg-haarband droeg was me niet duidelijk. Misschien om z’n gewonde hersenpan gedeeltelijk te verdoezelen. Geen idee.

Ze waren met z’n vieren. Alle vier met hetzelfde euvel. Het viel me op dat de heren rijkelijk voorzien waren van baard en ander lichaamshaar dat welig uit hun kraag krulde.

In het hotel waar ik verbleef, in Istanbul, kwam ik er later achter dat dit de ‘place to be’ is voor desperate kalenden. Mannen die hun heil zoeken bij de Chirurg. In Turkije. Volgens mij hebben ze daar de implantaten on sale; tien koppen voor de prijs van vijf.

De toegetakelde mannen die ik in het hotel zag, waren op zich geen opvallende figuren. Doodgewone mannen. De overbuur of jan met de pet, geen enkel waarvan ik de indruk kreeg dat zijn sexappeal zou toenemen met haardos.

Op zich heb ik niks tegen kalende of kale mannen. Waar ik wel van over m’n nek ga zijn gefrustreerde mannen die met de illusie rondlopen dat hun hoeveelheid haar hun aantrekkelijker zal maken. Zeg nu eerlijk dames, wat is er nu meer sexy dan een man die zich lekker in z’n vel voelt? Met of zonder haar… maakt geen ene fuck uit!

Midday in Paris

We zijn in Parijs. Gisteren aangekomen in een klein gelijkvloers appartementje. De meisjes vonden het top, ik vond het top, alleen mijn wederhelft vond het middelmatig. Lichtjes teleurgesteld. Anderzijds kon ik enkel blij zijn met het feit dat we in Parijs zijn. Op één of andere manier heeft Parijs voor mij een magie die met niets te vergelijken is.

En ja, ondanks dat ik een hekel heb aan luchtvervuiling en ik het niet zo op heb met drukte en toeristen. Voor Parijs doe ik consessies. De romantiek, de sfeer van lang vervlogen tijden waar de lucht bezwangerd was van de geur van gepoederde pruiken, kunst en decadentie. In de twintigste eeuw noemen we dit cultuur en lopen we met grote belangstelling en intellect langs schilderijen die ons schaamteloos vertellen over toen. Toen, toen rijk wreed en arrogant heerste over arm. Toen het gewone volk het spuugzat was geconfronteerd te worden met de excessieve uitbarstingen van voedselverspilling en de opstand groot werd door een tergende hongersnood. De tijd dat de stegen nog stonken naar uitwerpselen en de Seine nog proper was. Deze geschiedenis gaan we vandaag bekijken. In het Louvre en in Versailles. In de hoop dat we er iets uit leren. Dat we onszelf een beetje bijschaven en verfijnen om niet opnieuw dezelfde fouten te maken. Dat we niet opnieuw rijk over arm laten heersen en dat we niet opnieuw vervallen in dezelfde decadentie. Dat we niet opnieuw een revolutie veroorzaken en opnieuw geen oog hebben voor de minder bedeelden.

Of is er eigenlijk niets veranderd in de loop der jaren? Onze vervuiling van nu vertolkt zich in CO2 en de gegoeden dineren nog steeds in dure etablissementen terwijl zwervers zich als hongerige honden voor de deur verzamelen. Nog steeds springen we liever veilig in een taxi dan door gure buurten te lopen waar de haat naar weelde en voorspoed broeierig in de lucht hangt en waar zwerfvuil struikelblokken vormen en stank zich verspreidt

Gaan we dit verteren vandaag? Of gaan we met de stroom mee? De toerist uithangen en genieten van het feit dat wij niet bij de minderbedeelden horen? De geschiedenis leert ons misschien iets vandaag…

Tante Katoo

Heel de familie wist het. Toch zweeg iedereen erover.  Zelf was ze er zich ook bewust van. Dat weet ik, omdat ze op een keer heel hard huilde en brulde: ‘iedereen denkt dat ik een slet ben!’

En ja, ook ik deed of ik het niet gehoord had, zoals de rest van de familie.  We hadden ons er al lang bij neergelegd, maar tante Katoo was een slet. De schande en schaamte voor de buitenwereld. Haar oudste broer nam het altijd voor haar op. Onvoorwaardelijke liefde met hoge tolerantie. Gelukkig, want ze was best een toffe tante.

Aan haar uiterlijk kon je het niet afzien. Tante Katoo was mooi, zeker voor haar leeftijd. Haar kleding was altijd beschaafd en ze had goede tafelmanieren. Met haar jeugdige uitstraling trok ze steevast de aandacht van veel mannen. Ze had iets wulps en naïef over zich. Iets waar veel mannen blijkbaar nog steeds voor vallen, ondanks het anorexisch modebeeld.

Vooral op feestjes kwam ze los. Vanaf het moment dat er een man in haar buurt kwam, zag je haar onrust toenemen. Haar ogen kregen dan een specifieke glans, inktzwart met hagelwit. Langzaam maar zeker veranderde haar blik van intens donker naar hongerig en wild. Bijna dierlijk. Eer ze haar prooi benaderde, tuitte ze haar lippen en lonkte ze vanonder een gitzwarte haardos, gevaarlijk naar haar prooi. Geen man was dan veilig.  Jong, oud, getrouwd, vrijgezel, het maakte haar geen ene moer uit. Als een pauw in de balts bewoog ze zich rond hem. Vervolgens schoot ze als een pijl uit de boog naar haar doelwit. Bliksemsnel. Met zwoele stem zei ze dan: ‘Hello… waarna ze hem diep in de ogen keek. ‘Ik ben Katoo. Wie ben jij?’ Haar hoofd een beetje schuin met haar beminnelijkste lach. Mag ik deze dans van u? vervolgde ze dan.

Als een kalf ter slachting volgde het slachtoffer haar naar de dansvloer. De sloer die ze was. Een krolse kat die al haar troeven uitgooide. Wiegende heupen, deinende borsten, likkende lippen en ogen die zijn blik geen seconde losten.  In haar ritueel weefde ze een zinnelijk web rond haar vangst.  Gehypnotiseerd volgde hij elke beweging.

Telkens hetzelfde scenario. Na de tweede dans waren ze meestal weg. Later op de avond liep tante Katoo dan met een voldaan trekje rond haar mond weer los. Op zoek naar nieuw vlees. Een niet te stillen honger had bezit van haar genomen.

Het ging ook wel eens mis. Daar waren we als familie nooit op voorbereid, omdat je niet wist uit welke hoek het zou komen. Een keer had ze de echtgenote van de man die ze zojuist tot de hare had gemaakt, met haar handtas het ziekenhuis in geslagen. Gelukkig kwam het arme schaap er met een paar kneuzingen van af. We hebben die mensen daarna nooit meer gezien. Papa deed zaken met hen. Door het euvel was hij een grote deal misgelopen. Maar ach, daar had ook niemand het nog over.

Naast het feit dat tante Katoo een slet was, was ze ook gewoon een lieve tante. Zorgzaam, begaan met haar familie, toegewijd aan haar werk als kunstenaar, ijverig en ondernemend. Zo was tante Katoo.

Tijdens haar laatste escapade heeft ze een beroerte gekregen. Nu is ze dood. Tot op de dag van vandaag, heeft niemand het er nog over.

Ik hoop uit de grond van m’n hart dat er een slettenhemel bestaat.

God beware haar ziel.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: