Wat als

Zoveel kruispunten in één leven.  Zoveel keuzes.  Zoveel te kiezen, zoveel gekozen.
De eerste kus, de eerste fiets, de eerste kop koffie, de eerste vakantie, het eerste kind, het eerste huwelijk…

Af en toe denk ik, wat als… Wat als ik op dat ene kleine moment iets anders had gekozen. Hoe zou m’n leven er dan uitzien.

Neem mijn eerste kus.  Ik was helemaal niet verliefd, wél gefascineerd.  Op mijn zestiende kreeg ik mijn eerste kus.  Hij was helemaal weg van mij, ik enkel nieuwsgierig.  Eer ik begreep wat er gaande was, voelde ik een lange stijve tong in mijn mond draaien, zoekend naar iets wat ik niet begreep.  Hij smaakte vies.  De jongen in kwestie wilde nog kussen.  Ik niet.  Ik wist genoeg.  Dit hoefde niet voor mij.

Stel je voor dat ik wél ingestemd had met die tweede kus, en een derde en een vierde. Stel dat ik mezelf helemaal in de liefde gesmeten had en wél verliefd was geworden. Pas véél later ontdekte ik dat tongkussen te vergelijken is met je eerste koffie. Het vraagt een beetje doorzetting eer je de smaak te pakken hebt. 

Misschien was ik dan wél gegaan voor het huisje, boompje en tuintje.  Trouwen, bouwen, kindjes en de carrière. Dan had ik misschien geen 75 jobs gehad en 35 keer verhuisd.  Klinkt ongeloofwaardig, maar geloof me, dit zijn keiharde feiten. 

Misschien had ik dan nu een zoon van 30 die het huis niet uitwilde en die de hele dag spelletjes lag te spelen.  Wie weet, had ik dan al twee burnout’s en een kanker overwonnen omdat het leven zo stresserend was.  Of misschien had ik dan een vechtscheiding achter de rug, waarbij ik een huis gewonnen- en vrede verloren had.
Of misschien ging alles zijn gangetje en was ik tevreden.

De ‘wat alsen’ zijn eindeloos.  Zoveel kruispunten passeren.  Je kan er veel nutteloze tijd aan verdoen.

Mijn leven is gegaan zoals het is gegaan.  Goed of slecht.  Geen oordeel.  Voor mij is het goed.  Had het anders gekund?  Jazeker. Beter?  Welke weg je ook kiest.  Het is jouw weg.  De beste weg.  De enige weg.

Wintersprankels!

Putteke winter. De periode van de zonnewende, het solstitium, de decemberwende, winterwende of de zonnestilstand.

Tijd om de winterlichten te ontsteken en de vreugdevuren te laten oplaaien.
Tijd om in onze binnenkamers te gaan en ons lijf te laven aan vettigheid.
Tijd voor warmte en gezelligheid.
Tijd om los te laten en te bezinnen.
Tijd om te vergeten en het nieuwe omhoog te laten borrelen.
Tijd om de natuur haar gang te laten gaan…

Buiten hangen mysterieuze slierten mist, koud en kil. Binnen is het zoet en zacht. Beschermend en wollig. De wereld ver van onze rijk gevulde tafel. Daar waar een lach en een traan mee aan tafel gaan. Een dis van dampende gerechten, sprankelend gevulde glazen en glanzende gezichten in het kaarslicht.

Even geen nieuwsberichten over een moeder en dochter die het leven lieten op een kruispunt met dubieuze reputatie. Even geen confrontatie met vluchtende radelozen of hongerende holle ogen. Even geen vrede verstorende updates over ‘brexisterende’ politici en even geen zaken met geblondeerde kemphanen in de ring, waar men spartelt om te ‘Triumpheren’.

Nee, vandaag is het vreten op aarde en gooien we het hoofd zorgeloos in de nek en wensen we elkaar een mooie kerst en een voorspoedig nieuw jaar.

Daar klinken we op…

De Kale waarheid

Z’n kale hoofdhuid stond vol met rode puntjes. Het zag er pijnlijk uit. Gezwollen, bijna paars. Alsof ze met dikke naalden in zijn schedel geprikt hadden. Waarom hij een Björn Borg-haarband droeg was me niet duidelijk. Misschien om z’n gewonde hersenpan gedeeltelijk te verdoezelen. Geen idee.

Ze waren met z’n vieren. Alle vier met hetzelfde euvel. Het viel me op dat de heren rijkelijk voorzien waren van baard en ander lichaamshaar dat welig uit hun kraag krulde.

In het hotel waar ik verbleef, in Istanbul, kwam ik er later achter dat dit de ‘place to be’ is voor desperate kalenden. Mannen die hun heil zoeken bij de Chirurg. In Turkije. Volgens mij hebben ze daar de implantaten on sale; tien koppen voor de prijs van vijf.

De toegetakelde mannen die ik in het hotel zag, waren op zich geen opvallende figuren. Doodgewone mannen. De overbuur of jan met de pet, geen enkel waarvan ik de indruk kreeg dat zijn sexappeal zou toenemen met haardos.

Op zich heb ik niks tegen kalende of kale mannen. Waar ik wel van over m’n nek ga zijn gefrustreerde mannen die met de illusie rondlopen dat hun hoeveelheid haar hun aantrekkelijker zal maken. Zeg nu eerlijk dames, wat is er nu meer sexy dan een man die zich lekker in z’n vel voelt? Met of zonder haar… maakt geen ene fuck uit!

Loftuiting! Ode aan koffie!

 

 

‘Oh Godendrank, zwart als de nacht,

Verlicht mijn ziel van slaperigheid,

doordrenk mij met uw kracht

 

Les mijn dorst aan donkere vloeibaarheid,

op het ritme van een slok.

Cafeïneer mijn lijf en heb mij lief

 

Mijn Godendrank,

elke ochtend opnieuw

En opnieuw, opnieuw…

Wat is jouw missie?

In Amsterdam heb ik wortels. Elke vezel in mijn lichaam bevestigt dit terwijl ik langs de grachten en de trapgeveltjes slenter. Hier voel ik het verleden van mijn oma, mijn overgrootmoeder, mijn grootvader. Hier schilder ik het beeld van mijn familie uit lang vervlogen tijden.

Hier werd mijn oma geboren in 1900. Een millennium-kind. Hier heeft zij de ‘roaring twenties’ beleefd, haar dromen als mode ontwerpster gevolgd en liefde gekend. Op deze plek heeft zij gewonnen en verloren. De kille oorlog sneed de pas af van velen. Ook die van haar.

Op een dag was haar atelier dichtgetimmerd. Ja, haar klanten waren Joods. En die rotmoffen, zoals ze toen smalend genoemd werden, maakten alles stuk. Ook dat deel van mijn verleden. ‘Wat als…’ denk ik vaak. ‘Wat als’ ze haar bedrijf verder had kunnen uitbouwen zonder de oorlog. Wat als ze haar succes als mode ontwerpster verder had kunnen ontplooien. Grote namen als P&C, C&A, en vele anderen, waren haar vast cliënteel.

Als de oorlog niet zo wreed was geweest, was ik de kleindochter van een grote mode ontwerpster. Helaas werd die droom haar ontnomen. Meer dan eens. Soms draait het leven zo. Sommige dingen hebben we niet in de hand.


Nu leven we in een tijd dat iedereen zijn of haar leven zelf in de hand neemt. In alle geuren en kleuren wordt dit luidkeels verkondigd in magazines en zelfhulpboeken. Zelfontplooiing en je eigen leven in de hand nemen is nog nooit zo populair geweest. Als je voor de kost wc’s schoonmaakt, word je argwanend bekeken: ‘werk jij wel genoeg aan je zelfontwikkeling… Je kan vast méér dan dat’,  zijn de vragen die dan als een zwaar hangijzer in de lucht hangen. En ja, voor een groot stuk zijn we zelf verantwoordelijk voor hoe we onze talenten gebruiken.


Maar wat als er weer een oorlog uitbreekt? Wat als het klimaat een loopje met ons neemt en ook in onze contreien rampen veroorzaakt? Wat als ons vaderland zoveel schulden maakt dat inflatie onvermijdelijk is? Wat dan met onze zelfhulpboeken? Misschien krijgt een wc poetsen dan weer een frisse dimensie en krijgt de schup weer een waardige plaats. Dan is er plots geen ruimte meer voor al onze foliekes over je passie of missie volgen. Nee, dan is het overleven geblazen. Misschien moeten we dan gaten graven om lijken te bergen of vechten voor een hap eten. 

Dan zullen onze overlevingskwaliteiten en ons ‘basic instinct’ de dans bepalen…

 

Pief Poef Paf

Vroeger speelden we op straat. Hele dagen buiten. Energie barstte uit ons lijf. Buiten waren vriendjes, vriendinnetjes die zich in groep verzamelden. Hé, ga je mee spelen…

De zomer duurde een eeuw en de dagen waren lang. Ogen ontmoetten elkaar. Een verlegen ‘hoe heet jij’. Daarna was het simpel; je had een vriendje.

De buurt rond het huis was een avonturenpark. Verstoppertje in groep of een kamp van takken in het bos. Indianen en cowboys bestonden nog. Pief poef paf en jij was af. Er was oorlog en vrede, de slappe lach en een gat in je knie.

Thuis, de burcht waar je ging schuilen. De plek waar een dampende noen op tafel stond. En dan was er de Fabeltjeskrant en Skippy de Bush Kangaroo. Calimero,  Flipper, Zorro en de Televisier die te dik was.

Papa en mama waren waar ze waren.  Hier dacht je niet over na. Je voelde je veilig.  Je oudere broer was een plaag en je jongere zus zeurde.  Het was wat het was. Het was thuis. Groot worden was voor een later. ‘Ooit’ dat zo ver weg was en toch zo verschrikkelijk dichtbij…

Concert van het leven

Tijdens het concert van het leven
op de laatste rij,
stil en onopvallend
Het duurt maar even

In vervoering van ritme en klank
Ontroering in Pianissimo
emoties in Legato
vibratie in Fortissimo

Zinderende zielenstorm
Daar op die laatste rij
Ik leef het concert van het leven
Dankbaar en intens blij

Bio logischer wijs

Gisteren heb ik m’n biografie gewist. Na een lange worsteling om oud leed in een zinvol verhaal te gieten, nam ik dit besluit. Uren van schrijven en editen met één druk op de knop weg. Na jaren van allerhande therapieën en zelfhulpmiddelen, vond ik het nodig mijn verhaal met de buitenwereld te delen. Tot gisteren. Gisteren heb ik een punt  achter mijn verleden gezet. Ik ga mijn biografie niet publiceren.

Wel wil ik delen wat het me geleerd heeft en hoe het me verrijkt heeft.

Ja, ik heb littekens. De wonden zijn genezen.  Het zijn nog slechts stille getuigen van de lange weg naar een kort verhaal. De hobbelige route van doorleefde pijn, verscheurend verdriet en doodsangsten. Hierna kwam er vrede. Het heeft mij gevormd tot wie ik ben.

Littekens blijven gevoelig, soms pijnlijk. Maar het is oké. Ik heb er vrede mee. Ze hebben me op het boeiende pad naar mezelf gezet. Een oneindig groeiproces dat pas van koers verandert na de dood. Onderweg leerde ik alvast een bevrijdende essentie: die van onvoorwaardelijke liefde en vergeving. De enige vibratie voor een zinvol leven.

Midday in Paris

We zijn in Parijs. Gisteren aangekomen in een klein gelijkvloers appartementje. De meisjes vonden het top, ik vond het top, alleen mijn wederhelft vond het middelmatig. Lichtjes teleurgesteld. Anderzijds kon ik enkel blij zijn met het feit dat we in Parijs zijn. Op één of andere manier heeft Parijs voor mij een magie die met niets te vergelijken is.

En ja, ondanks dat ik een hekel heb aan luchtvervuiling en ik het niet zo op heb met drukte en toeristen. Voor Parijs doe ik consessies. De romantiek, de sfeer van lang vervlogen tijden waar de lucht bezwangerd was van de geur van gepoederde pruiken, kunst en decadentie. In de twintigste eeuw noemen we dit cultuur en lopen we met grote belangstelling en intellect langs schilderijen die ons schaamteloos vertellen over toen. Toen, toen rijk wreed en arrogant heerste over arm. Toen het gewone volk het spuugzat was geconfronteerd te worden met de excessieve uitbarstingen van voedselverspilling en de opstand groot werd door een tergende hongersnood. De tijd dat de stegen nog stonken naar uitwerpselen en de Seine nog proper was. Deze geschiedenis gaan we vandaag bekijken. In het Louvre en in Versailles. In de hoop dat we er iets uit leren. Dat we onszelf een beetje bijschaven en verfijnen om niet opnieuw dezelfde fouten te maken. Dat we niet opnieuw rijk over arm laten heersen en dat we niet opnieuw vervallen in dezelfde decadentie. Dat we niet opnieuw een revolutie veroorzaken en opnieuw geen oog hebben voor de minder bedeelden.

Of is er eigenlijk niets veranderd in de loop der jaren? Onze vervuiling van nu vertolkt zich in CO2 en de gegoeden dineren nog steeds in dure etablissementen terwijl zwervers zich als hongerige honden voor de deur verzamelen. Nog steeds springen we liever veilig in een taxi dan door gure buurten te lopen waar de haat naar weelde en voorspoed broeierig in de lucht hangt en waar zwerfvuil struikelblokken vormen en stank zich verspreidt

Gaan we dit verteren vandaag? Of gaan we met de stroom mee? De toerist uithangen en genieten van het feit dat wij niet bij de minderbedeelden horen? De geschiedenis leert ons misschien iets vandaag…

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: