Pief Poef Paf

Vroeger speelden we op straat. Hele dagen buiten. Energie barstte uit ons lijf. Buiten waren vriendjes, vriendinnetjes die zich in groep verzamelden. Hé, ga je mee spelen…

De zomer duurde een eeuw en de dagen waren lang. Ogen ontmoetten elkaar. Een verlegen ‘hoe heet jij’. Daarna was het simpel; je had een vriendje.

De buurt rond het huis was een avonturenpark. Verstoppertje in groep of een kamp van takken in het bos. Indianen en cowboys bestonden nog. Pief poef paf en jij was af. Er was oorlog en vrede, de slappe lach en een gat in je knie.

Thuis, de burcht waar je ging schuilen. De plek waar een dampende noen op tafel stond. En dan was er de Fabeltjeskrant en Skippy de Bush Kangaroo. Calimero,  Flipper, Zorro en de Televisier die te dik was.

Papa en mama waren waar ze waren.  Hier dacht je niet over na. Je voelde je veilig.  Je oudere broer was een plaag en je jongere zus zeurde.  Het was wat het was. Het was thuis. Groot worden was voor een later. ‘Ooit’ dat zo ver weg was en toch zo verschrikkelijk dichtbij…

Concert van het leven

Tijdens het concert van het leven
op de laatste rij,
stil en onopvallend
Het duurt maar even

In vervoering van ritme en klank
Ontroering in Pianissimo
emoties in Legato
vibratie in Fortissimo

Zinderende zielenstorm
Daar op die laatste rij
Ik leef het concert van het leven
Dankbaar en intens blij

Bio logischer wijs

Gisteren heb ik m’n biografie gewist. Na een lange worsteling om oud leed in een zinvol verhaal te gieten, nam ik dit besluit. Uren van schrijven en editen met één druk op de knop weg. Na jaren van allerhande therapieën en zelfhulpmiddelen, vond ik het nodig mijn verhaal met de buitenwereld te delen. Tot gisteren. Gisteren heb ik een punt  achter mijn verleden gezet. Ik ga mijn biografie niet publiceren.

Wel wil ik delen wat het me geleerd heeft en hoe het me verrijkt heeft.

Ja, ik heb littekens. De wonden zijn genezen.  Het zijn nog slechts stille getuigen van de lange weg naar een kort verhaal. De hobbelige route van doorleefde pijn, verscheurend verdriet en doodsangsten. Hierna kwam er vrede. Het heeft mij gevormd tot wie ik ben.

Littekens blijven gevoelig, soms pijnlijk. Maar het is oké. Ik heb er vrede mee. Ze hebben me op het boeiende pad naar mezelf gezet. Een oneindig groeiproces dat pas van koers verandert na de dood. Onderweg leerde ik alvast een bevrijdende essentie: die van onvoorwaardelijke liefde en vergeving. De enige vibratie voor een zinvol leven.

Midday in Paris

We zijn in Parijs. Gisteren aangekomen in een klein gelijkvloers appartementje. De meisjes vonden het top, ik vond het top, alleen mijn wederhelft vond het middelmatig. Lichtjes teleurgesteld. Anderzijds kon ik enkel blij zijn met het feit dat we in Parijs zijn. Op één of andere manier heeft Parijs voor mij een magie die met niets te vergelijken is.

En ja, ondanks dat ik een hekel heb aan luchtvervuiling en ik het niet zo op heb met drukte en toeristen. Voor Parijs doe ik consessies. De romantiek, de sfeer van lang vervlogen tijden waar de lucht bezwangerd was van de geur van gepoederde pruiken, kunst en decadentie. In de twintigste eeuw noemen we dit cultuur en lopen we met grote belangstelling en intellect langs schilderijen die ons schaamteloos vertellen over toen. Toen, toen rijk wreed en arrogant heerste over arm. Toen het gewone volk het spuugzat was geconfronteerd te worden met de excessieve uitbarstingen van voedselverspilling en de opstand groot werd door een tergende hongersnood. De tijd dat de stegen nog stonken naar uitwerpselen en de Seine nog proper was. Deze geschiedenis gaan we vandaag bekijken. In het Louvre en in Versailles. In de hoop dat we er iets uit leren. Dat we onszelf een beetje bijschaven en verfijnen om niet opnieuw dezelfde fouten te maken. Dat we niet opnieuw rijk over arm laten heersen en dat we niet opnieuw vervallen in dezelfde decadentie. Dat we niet opnieuw een revolutie veroorzaken en opnieuw geen oog hebben voor de minder bedeelden.

Of is er eigenlijk niets veranderd in de loop der jaren? Onze vervuiling van nu vertolkt zich in CO2 en de gegoeden dineren nog steeds in dure etablissementen terwijl zwervers zich als hongerige honden voor de deur verzamelen. Nog steeds springen we liever veilig in een taxi dan door gure buurten te lopen waar de haat naar weelde en voorspoed broeierig in de lucht hangt en waar zwerfvuil struikelblokken vormen en stank zich verspreidt

Gaan we dit verteren vandaag? Of gaan we met de stroom mee? De toerist uithangen en genieten van het feit dat wij niet bij de minderbedeelden horen? De geschiedenis leert ons misschien iets vandaag…

Pedalenspel

Putteke winter. Donker, grauwe, grijze, winter. Onder een dek van lage wolken vormt zich een natte sliert van rode lichtjes die zich als een fluoriserende rups langzaam voortbeweegt. Moe van het pedalenspel starend in de verte. Maffe wereld. Robots, één persoon per auto, doodmoe van een lange dag voor een digitaal scherm. Huiswaarts. Te moe om te koken. Baby van de crèche oppikken, een snelle hap uit de microgolf. Kinderoppas voor een uurtje gym. Lege ogen staren naar reclamespots over fitte lijven. Een snelle douche en naar huis. Rupsenlichtjes, regenvlagen tegen wilde ruitenwissers. Baby slaapt. Niks op tv. Dan nog maar wat werk. Klik het scherm verlicht de kamer blauwgrijs. Te moe. Dan maar  Netflix in bed.  Baby huilt terwijl de wind om het huis giert. Tranende ramen tegen een donkere achtergrond. Geen oog dichtgedaan. Alarm. Flikkerend licht door de donkere kamer. Koffie. Nee eerst de kleine checken. Ze slaapt nog. Koffie. Geen honger. Misselijk van wéér een slapeloze nacht. Een snelle douche. Huilende baby. Dichtslaand portiek. Regenvlagen en slierten rode lichtjes. De baby huilt aanhoudend. Maagpijn. Pijn in het hart. Dichtslaand portiek. Putteke winter. Donker grauwe, grijze winter. Onder een dek van lage wolken vormt zich een natte sliert van rode lichtjes die zich als een fluoriserende rups langzaam voortbeweegt. Moe van het pedalenspel starend in de verte. Maffe wereld. Robots, één persoon per auto, doodmoe van een lange dag voor een digitaal scherm. Huiswaarts. Te moe om te koken. Baby van de crèche oppikken, een snelle hap uit de microgolf. Baby slaapt. Thuis op tv. Daarna nog maar wat werk. Klik het scherm verlicht de kamer blauwgrijs. Te moe. Dan maar  Netflix in bed.  Baby huilt terwijl de wind om het huis giert. Tranende ramen tegen een donkere achtergrond. Geen oog dichtgedaan. Alarm. Flikkerend licht door de donkere kamer. Koffie. Nee eerst de kleine checken. Ze slaapt nog. Koffie. Geen honger. Misselijk van wéér een slapeloze nacht. Een snelle douche. Huilende baby. Dichtslaand portiek. Regenvlagen en slierten rode lichtjes. De baby huilt aanhoudend. Maagpijn. Pijn in het hart. Dichtslaand portiek. Putteke winter. Donker grauwe, grijze winter. Onder een dek van lage wolken vormt zich een natte sliert van rode lichtjes die zich als een fluoriserende rups langzaam voortbeweegt. Moe van het pedalenspel starend in de verte. Maffe wereld. Robots, één persoon per auto, doodmoe van een lange dag voor een digitaal scherm, huiswaarts. Te moe om te koken. Baby van de crèche oppikken, een snelle hap uit de microgolf. Kinderoppas voor het uurtje gym. Lege ogen staren naar reclamespots over fitte lijven. Een snelle douche en naar huis. Rupsenlichtjes, regenvlagen tegen wilde ruitenwissers. De baby slaapt. Niks op tv. Dan nog maar wat werk. Klik het scherm verlicht de kamer blauwgrijs. Te moe. Dan maar  Netflix in bed.  Baby huilt terwijl de wind om het huis giert. Tranende ramen tegen een donkere achtergrond. Geen oog dichtgedaan. Alarm. Flikkerend licht door de donkere kamer. Koffie. Nee eerst de kleine checken. Ze slaapt nog. Koffie. Geen honger. Misselijk van wéér een slapeloze nacht. Een snelle douche. Huilende baby. Dichtslaand portiek. Regenvlagen en slierten rode lichtjes. De baby huilt aanhoudend. Maagpijn. Pijn in het hart. Dichtslaand portiek.

Tante Katoo

Heel de familie wist het. Toch zweeg iedereen erover.  Zelf was ze er zich ook bewust van. Dat weet ik, omdat ze op een keer heel hard huilde en brulde: ‘iedereen denkt dat ik een slet ben!’

En ja, ook ik deed of ik het niet gehoord had, zoals de rest van de familie.  We hadden ons er al lang bij neergelegd, maar tante Katoo was een slet. De schande en schaamte voor de buitenwereld. Haar oudste broer nam het altijd voor haar op. Onvoorwaardelijke liefde met hoge tolerantie. Gelukkig, want ze was best een toffe tante.

Aan haar uiterlijk kon je het niet afzien. Tante Katoo was mooi, zeker voor haar leeftijd. Haar kleding was altijd beschaafd en ze had goede tafelmanieren. Met haar jeugdige uitstraling trok ze steevast de aandacht van veel mannen. Ze had iets wulps en naïef over zich. Iets waar veel mannen blijkbaar nog steeds voor vallen, ondanks het anorexisch modebeeld.

Vooral op feestjes kwam ze los. Vanaf het moment dat er een man in haar buurt kwam, zag je haar onrust toenemen. Haar ogen kregen dan een specifieke glans, inktzwart met hagelwit. Langzaam maar zeker veranderde haar blik van intens donker naar hongerig en wild. Bijna dierlijk. Eer ze haar prooi benaderde, tuitte ze haar lippen en lonkte ze vanonder een gitzwarte haardos, gevaarlijk naar haar prooi. Geen man was dan veilig.  Jong, oud, getrouwd, vrijgezel, het maakte haar geen ene moer uit. Als een pauw in de balts bewoog ze zich rond hem. Vervolgens schoot ze als een pijl uit de boog naar haar doelwit. Bliksemsnel. Met zwoele stem zei ze dan: ‘Hello… waarna ze hem diep in de ogen keek. ‘Ik ben Katoo. Wie ben jij?’ Haar hoofd een beetje schuin met haar beminnelijkste lach. Mag ik deze dans van u? vervolgde ze dan.

Als een kalf ter slachting volgde het slachtoffer haar naar de dansvloer. De sloer die ze was. Een krolse kat die al haar troeven uitgooide. Wiegende heupen, deinende borsten, likkende lippen en ogen die zijn blik geen seconde losten.  In haar ritueel weefde ze een zinnelijk web rond haar vangst.  Gehypnotiseerd volgde hij elke beweging.

Telkens hetzelfde scenario. Na de tweede dans waren ze meestal weg. Later op de avond liep tante Katoo dan met een voldaan trekje rond haar mond weer los. Op zoek naar nieuw vlees. Een niet te stillen honger had bezit van haar genomen.

Het ging ook wel eens mis. Daar waren we als familie nooit op voorbereid, omdat je niet wist uit welke hoek het zou komen. Een keer had ze de echtgenote van de man die ze zojuist tot de hare had gemaakt, met haar handtas het ziekenhuis in geslagen. Gelukkig kwam het arme schaap er met een paar kneuzingen van af. We hebben die mensen daarna nooit meer gezien. Papa deed zaken met hen. Door het euvel was hij een grote deal misgelopen. Maar ach, daar had ook niemand het nog over.

Naast het feit dat tante Katoo een slet was, was ze ook gewoon een lieve tante. Zorgzaam, begaan met haar familie, toegewijd aan haar werk als kunstenaar, ijverig en ondernemend. Zo was tante Katoo.

Tijdens haar laatste escapade heeft ze een beroerte gekregen. Nu is ze dood. Tot op de dag van vandaag, heeft niemand het er nog over.

Ik hoop uit de grond van m’n hart dat er een slettenhemel bestaat.

God beware haar ziel.

Beste menselijkheden 2019

De goede voornemens van het ‘nieuwjaar’ hebben meestal een houdbaarheidsdatum van 2 weken. Vanaf 15 Januari zit 60% van de wereldbevolking met een rothumeur vanwege collectieve faling, 37% is tegen deze tijd depressief om dezelfde reden, en 3% pleegt zelfmoord. Elk jaar opnieuw. Om deze reden heb ik dit jaar afgezien van alle voornemens. Ik heb me erbij neergelegd dat goede voornemens op nieuwjaar geen kloten waard zijn. Als je iets wil veranderen in je leven hoeft dat niet persé rond de jaarwisseling uitgedrukt te worden. Je doet iets of je doet het niet, zonder teveel gezeik en geslijm.  Het is eigenlijk iets om beschaamd over te zijn als je de statistieken bekijkt. We maken onszelf belachelijk. De meeste wensen komen sowieso niet uit. Je stopt met roken of niet, je verlost jezelf van je overgewicht of niet, je stopt met drinken of niet. Hoe minder verhaal hier rond, hoe meer kans op slagen.

Het massale falen van je medemens na nieuwjaar is sowieso een negatieve frequentie om op mee te surfen. Wil je positieve veranderingen aanbrengen in je leven? Dan kan je daar beter mee beginnen in augustus.  Augustus is de maand bij uitstek om na te denken over wat je wil met je leven. De lichtzinnigheid van de zomer loopt dan op z’n eind en de aankomende herfst geeft je de juiste atmosfeer om te mijmeren en bezinnen. Een perfecte periode om je nieuwe ideeën post te laten vatten. Tegen de jaarwisseling ben je dan volop ontnuchterd, klaar om te feesten en alle  bullshit los te laten. Als het je gelukt is tussen augustus en januari om enkele veranderingen aan te brengen, dan heb je reden tot feesten. Laat de champagne dan maar rijkelijk vloeien. Vreet je dan maar stijf aan foie gras, hoewel ik dat op elk tijdstip van het jaar walgelijk vind. Bah. Arme ganzen hun zieke lever opvreten.

Wil je vermageren? Doe dat in februari. Je bioritme werkt dan het beste mee. Wil je stoppen met roken? Doe het nu, of je sterft aan een enge ziekte. Wil je meer succes in je leven? Gedraag je er dan nu naar. Wacht niet tot nieuwjaar om het je voor te nemen. Leef of het elke dag nieuwjaar is. Neem jezelf voor, faal, sta op en leef. Accepteer dat een nieuw jaar er geen zak aan verandert als jij niet de kracht vindt om op elke dag van het jaar in actie te komen om je dromen waar te maken en je leven mooier te maken.

Ik wens jou voor de rest van je leven een mooi leven. Neem je elke dag iets moois voor. Slaag en faal.  Accepteer en leef.

Dit is mijn wens voor jou en mezelf.

Gelukkig 2019!

Loslaten

Loslaten. Het zoveelste hippe begrip. Oosterlingen hebben er de mond van vol en het westen dweept ermee. Ja, want wij hebben de spirit van het Oosten te pakken. Dat willen we toch graag geloven. Met alle geweld dwingen we onszelf tot spiritualiteit, op weg naar ons hogere zelf, het goddelijke in ons. Whatever. Sommigen noemen het de verbinding met het al, het collectieve onderbewustzijn, moeder natuur.

Vroeger volstond de biecht, de rozenkrans en het schietgebedje. Nu moet je, wil je niet uit de toon vallen, aan yoga doen, mediteren, Zen-boeken lezen en zweverige quotes op Facebook posten. Daar houdt de Oosterse filosofie, voor velen, bij op.

Er is zo’n spreekwoord: ‘die kinderstube zeigt sich immer’. Akkoord, je kan als volwassene een andere mening vormen, jezelf hervormen, anders gaan denken en bijsturen. Maar hoe hard we ons best ook doen, we zullen nooit Oosterlingen worden.

Westerlingen werden met de kerk grootgebracht, of op z’n minst met de ‘verheven’ begrippen uit het instituut. Dit typeert onze sociale cohesie; Vrijzinnig of Christelijk. Vroeger had je de mis op zondag en het gebrandmerkt geweten dat het onderscheid nog kende tussen goed en kwaad. Er werd niet geleerd over loslaten. Integendeel. We werden gedrild om vast te houden aan vroomheid en kuisheid. Het was daar dat zonde om de hoek kwam piepen. Zalige zonde. De spannende vibratie van iets fout te kunnen doen. In het Oosten laten ze dat hoegenaamd los. Zonde krijgt een onschuldig plaatsje op de weg van persoonlijke groei naar verlichting (hoewel je maar eens moet proberen een paar kilootjes coke naar het Oosten te smokkelen…).

Wég met spanning, wég met de mysterieuze zindering die zo eigen is aan de kleine zonde.

We leven in de ‘verlichte tijd’. Maar volgens mij zullen we nooit in staat zijn tot Oosterse ‘verlichting’ te geraken, zolang onze kerkelijke wortels nog zo diep zitten. Het zal z’n tijd nog duren eer we zover zijn. Bovendien, zolang we kerst blijven vieren en kindeken Jezus in de krib blijven wiegen, zullen we er nooit geraken.

Roersel

Roerend in mijn koffie

word ik geroerd

Roerloos blijf ik staan

vraag me roerend af

hoe het roer om te gooien

ontroerd biggelt er

een traan.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: