Fietsen door de tijd

Vroeger, toen vrouwen nog naar hun mannen luisterden was alles anders. Anders, maar toch hetzelfde. Het verschil zit ’m nu in de creativiteit van de man om zijn vrijheid te kunnen claimen. Zeventig jaar geleden hoefde dat niet zo. In doorsnee Vlaamse dorpen was het bijvoorbeeld traditie dat men op zondagochtend naar de kerk ging. Zondagse kleren aan en hup, braaf naar de mis. Na deze wekelijkse vromelijkheid pleegde manlief het café in te duiken voor een frisse pint en een babbel. Moeder de vrouw knoopte dan haar schort van noeste ijver voor om de zondagsnoen voor te bereiden. Tegen de tijd dat het hele dorp naar gekookte patatten en gebakken vlees rook, was het voor manlief tijd om heim te keren. Wellicht kreeg hij dan z’n wekelijkse saus; dat zijn adem naar bier stonk en hoe hij aan dat blauw oog kwam. Daarna werd het middagmaal in rust en vrede verorberd. Namiddag was er vlaai en koers op tv. Een nieuwe werkweek kon beginnen.

Vreemdgaan deed men achter hoek en kant, in het veld of in de schuur. Er was altijd wel een deerne te vinden voor een pleziertje in het hooi. Moeder de vrouw wist zogenaamd van niets. Ze zweeg. Ze negeerde de weeë geur in zijn kleren en hield haar mond over de roddels in het dorp. Wat kon ze ook anders. Scheiden was uit den boze en protest aantekenen stond voor velen gelijk aan een pak slaag. Zij had de zorg voor de kindjes en het huishouden, dus zweeg ze. Voor haar was er altijd nog de melkboer.

Anno 2020 hijst de gemiddelde Vlaming zich op zondagochtend in een strak pak om vol passie zijn hangbuikje over de stang van z’n racefiets te buigen. Meestal doet hij dit niet alleen. Hij doet het in groepjes van 3 tot 50. Stoer en sportief manvolk siert de straten van het Vlaamse land. 90% overleeft deze ritten, 10% helaas niet. Hartfalen of ongeluk worden als oorzakelijk getipt. Teveel bier en spierballen rollen zitten hier wellicht voor iets tussen. De kerk maakte plaats voor 80km doortrappen en het café verplaatste zich naar een paar dorpen verder.

De grieten in het hooi maakten plaats voor de digitale fantasie, de pornhubs en de online dates. Het boerenwerk ruilde men in voor het kantoor in de stad en in plaats van op de traktor, zit men nu in de file. Vrijheid kan enkel nog geclaimd worden met creativiteit. Mannen van nu moeten multitasken gelijk een vrouw; denken aan de vergrendeling van de smartphone, het ingewikkelde paswoord op de computer, het leegmaken van de cache en het verbergen van de Whatsapp berichten. In de evolutie van toen tot nu werden mannen creatiever en vrouwen slimmer. Geëmancipeerde gelijkheid?

Op vrijheid staat nu een hoge prijs voor de hedendaagse man. Als hij niet sportief en creatief genoeg is, en zij te slim, mag hij zijn zondagse noen zelf maken en in alle eenzaamheid verder fantaseren over zijn digitale droomgriet die sowieso nooit zou slikken waar hij van droomt, terwijl zijn ex met haar nieuwe adonis de geschiedenis herhaalt.

Hoe schoon en ongecompliceerd het toch was in die goede oude tijd…

Wie weet…

Een zoveelste bespiegeling over het coronavirus. Over quarantaine en hoe de mensheid uit alle macht vecht tegen een onzichtbare vijand. Er bestaat geen eerlijke oorlog, maar deze is toch wel héél oneerlijk en wreed.

Een straf van de natuur volgens sommigen. Anderen insinueren een chemische oorlog, terwijl nog anderen het een vorm van natuurlijke selectie noemen.
Zoveel vragen, zoveel theorieën. Niemand weet het. De wetenschap wroet met de handen in het haar naar een remedie, terwijl we met lede ogen moeten toezien hoe honderden de verstikkingsdood sterven.

Wij, beschaafd, geciviliseerd, gedistingeerd, hoffelijk, keurig, distinctief, net, urbaan, voorkomend, welgemanierd, wellevend, welopgevoed en hoog intelligente maatschappij. Middeleeuwse taferelen die doen denken aan de zwarte dood komen ons tegemoet. Wij die onoverwinnelijk waren. Wij die elke dag de files indoken om twaalf uur per dag te zwoegen om te kunnen genieten van enkele uurtjes luxe. Wij die dachten dat luchtvervuiling zich wel zou oplossen op een beschaafde manier. Wij die dachten een gesofisticeerde oplossing te vinden voor het plastic waar we zo gulzig uit eten en drinken. Wij die dachten dat we konden blijven rotzooien met de oceanen, zeeën, wouden, de biotoop van onze geliefde dieren. Wij die dachten dat de wetenschap en onze intelligentie dit wel zouden klaren.

Vaak hadden we het zelfs te druk om hier bij stil te staan. Te druk met vroeg opstaan en in een rotvaart de kids aankleden voor school of de opvang, om daarna in allerijl op tijd op het werk aan te komen en na een lange stressdag hetzelfde in omgekeerde volgorde te moeten doen. Kids ophalen, boodschappen doen, eten maken, tv kijken en weer slapen gaan. En dit vijf dagen per week. Vlug tussendoor een vakantie boeken en in het weekend de file weer in richting kust, het pretpark of de dierentuin, omdat we ons verdomme niet meer kunnen amuseren in ons kot.

Nu zitten we met de gebakken peren. Nu moeten we in ons kot blijven en ons daar leren amuseren. Back to the basics. Helemaal op onszelf teruggeworpen. Verplicht stilstaan. Verplicht rust vinden, terwijl buiten een virus raast dat ons angstig maakt. De domper op onze spontaniteit om zomaar even naar buiten te lopen voor een boodschapje of een koffie in de stad. Vandaag geen zin om te koken? Dan maar op restaurant. Hoe we het allemaal als vanzelfsprekend vonden. Niks meer van dat alles. Kook maar zelf en draag handschoenen en een zelfgeknutseld mondkapje als je naar buiten moet. Gedaan met shop till you drop. Ineens lijkt een kleerkast vol kleren zo nutteloos. Een Vuiton of een Zeemannetje. Wat maakt het in gods naam nog uit. Het wordt ons in het gezicht gewreven dat gezond zijn echt zo belangrijk is.

Bezorgd checken we onszelf. Elk kuchje, elk niesje. Zou het de vijand zijn? Hoe namen we onze gezondheid als vanzelfsprekend. We aten en dronken of er nooit een einde aan onze overvloed zou komen.

Nee ik wijs geen vinger. Naar wie wel. Naar mezelf misschien. Omdat ik meegedaan heb, net zoals iedereen. Meegedaan met doorleven zonder misschien dat tikkeltje extra bewustzijn over de echte waarden in het leven.

Mag het virus van deze bewustwording rijkelijk woekeren. Wie weet verandert dit onze wereld in één van gezondheid en voorspoed… wie weet…

Covid-19, Russische roulette?

En toen was er het Coronavirus, Covid-19.  Ik twijfel nog of ik alvast ga hamsteren. Sowieso heb ik een ruime voorraad hand-gel gekocht.  Of ik het wil of niet, maar met regelmaat check ik het nieuws. Ik ben ongerust.

Moeten we ongerust zijn? Is het Corona-verhaal opgeblazen door de media of is dit nog maar een tipje van de ijsberg?  Vanaf het moment dat grote bedrijven maatregelen beginnen te  nemen en er vanuit regeringswege drastische stappen worden ondernomen zoals het afgelasten van grote evenementen, wie zijn wij dan om het dreigend gevaar te bagatelliseren en te doen alsof er niets aan de hand is?

Mij zie je in ieder geval niet meer in een restaurant, een bioscoop of café.  Vanaf nu doe ik m’n boodschappen online.  Als ik dan toch genoodzaakt ben om in publiek te komen, loop ik met een grote boog om mijn medemens heen. Geen kusjes, geen handjes, en als ik thuis kom van eender waar, was ik mijn handen minstens twee minuten met ontsmettende zeep. Ben ik gestoord of verstandig? Moeten we doen of het er niet is? 

Begon het in Wuhan ook niet klein?  Gewoon met enkele mensen die het virus hadden?  In Noord Italië zijn ze nog steeds op zoek naar die ene eerste, die verantwoordelijk is voor honderden- en zometeen duizenden besmettingen.  In Duitsland, vlak over onze grens, verdubbelde het aantal besmettingen in nog geen dag.

Niet elke drager van het virus wordt ziek en niet iedere drager is bewust van besmetting. Onze vijand kan vrij woekeren. Dit is de harde realiteit. Het is een Russische roulette. Het is onmogelijk om te voorspellen wie er ziek van wordt, wie er dood aan gaat, of wie gewoon herstelt. Velen zullen het overleven en gezond blijven. Toch is er die angst. Ongezonde angst of realistisch bewustzijn?

Als er oorlog uitbreekt kan niemand er omheen. Dan is het duidelijk wie de vijand is en waar hij vandaan komt. Nu is onze vijand ‘under cover’.  Hij infiltreert en besluipt onzichtbaar zijn doelwit. Een nies en een kuch… is hij het, of is het zijn virale familie, Sars, Mers, of onze jaarlijkse Influenza?

Ik heb géén idee waar dit virusverhaal naartoe gaat.  Is het een opgeblazen hype of gaat ons leven in de komende zes maanden drastisch veranderen?  Worden we gemanipuleerd door de media of moeten we onze innerlijke stem volgen? Wat is gezond verstand in dit geval?

Ik heb geen antwoorden. Van nature ben ik geen bang vogeltje. Maar voor’t eerst ben ik ongerust.

Wat als

Zoveel kruispunten in één leven.  Zoveel keuzes.  Zoveel te kiezen, zoveel gekozen.
De eerste kus, de eerste fiets, de eerste kop koffie, de eerste vakantie, het eerste kind, het eerste huwelijk…

Af en toe denk ik, wat als… Wat als ik op dat ene kleine moment iets anders had gekozen. Hoe zou m’n leven er dan uitzien.

Neem mijn eerste kus.  Ik was helemaal niet verliefd, wél gefascineerd.  Op mijn zestiende kreeg ik mijn eerste kus.  Hij was helemaal weg van mij, ik enkel nieuwsgierig.  Eer ik begreep wat er gaande was, voelde ik een lange stijve tong in mijn mond draaien, zoekend naar iets wat ik niet begreep.  Hij smaakte vies.  De jongen in kwestie wilde nog kussen.  Ik niet.  Ik wist genoeg.  Dit hoefde niet voor mij.

Stel je voor dat ik wél ingestemd had met die tweede kus, en een derde en een vierde. Stel dat ik mezelf helemaal in de liefde gesmeten had en wél verliefd was geworden. Pas véél later ontdekte ik dat tongkussen te vergelijken is met je eerste koffie. Het vraagt een beetje doorzetting eer je de smaak te pakken hebt. 

Misschien was ik dan wél gegaan voor het huisje, boompje en tuintje.  Trouwen, bouwen, kindjes en de carrière. Dan had ik misschien geen 75 jobs gehad en 35 keer verhuisd.  Klinkt ongeloofwaardig, maar geloof me, dit zijn keiharde feiten. 

Misschien had ik dan nu een zoon van 30 die het huis niet uitwilde en die de hele dag spelletjes lag te spelen.  Wie weet, had ik dan al twee burnout’s en een kanker overwonnen omdat het leven zo stresserend was.  Of misschien had ik dan een vechtscheiding achter de rug, waarbij ik een huis gewonnen- en vrede verloren had.
Of misschien ging alles zijn gangetje en was ik tevreden.

De ‘wat alsen’ zijn eindeloos.  Zoveel kruispunten passeren.  Je kan er veel nutteloze tijd aan verdoen.

Mijn leven is gegaan zoals het is gegaan.  Goed of slecht.  Geen oordeel.  Voor mij is het goed.  Had het anders gekund?  Jazeker. Beter?  Welke weg je ook kiest.  Het is jouw weg.  De beste weg.  De enige weg.

Wintersprankels!

Putteke winter. De periode van de zonnewende, het solstitium, de decemberwende, winterwende of de zonnestilstand.

Tijd om de winterlichten te ontsteken en de vreugdevuren te laten oplaaien.
Tijd om in onze binnenkamers te gaan en ons lijf te laven aan vettigheid.
Tijd voor warmte en gezelligheid.
Tijd om los te laten en te bezinnen.
Tijd om te vergeten en het nieuwe omhoog te laten borrelen.
Tijd om de natuur haar gang te laten gaan…

Buiten hangen mysterieuze slierten mist, koud en kil. Binnen is het zoet en zacht. Beschermend en wollig. De wereld ver van onze rijk gevulde tafel. Daar waar een lach en een traan mee aan tafel gaan. Een dis van dampende gerechten, sprankelend gevulde glazen en glanzende gezichten in het kaarslicht.

Even geen nieuwsberichten over een moeder en dochter die het leven lieten op een kruispunt met dubieuze reputatie. Even geen confrontatie met vluchtende radelozen of hongerende holle ogen. Even geen vrede verstorende updates over ‘brexisterende’ politici en even geen zaken met geblondeerde kemphanen in de ring, waar men spartelt om te ‘Triumpheren’.

Nee, vandaag is het vreten op aarde en gooien we het hoofd zorgeloos in de nek en wensen we elkaar een mooie kerst en een voorspoedig nieuw jaar.

Daar klinken we op…

De Kale waarheid

Z’n kale hoofdhuid stond vol met rode puntjes. Het zag er pijnlijk uit. Gezwollen, bijna paars. Alsof ze met dikke naalden in zijn schedel geprikt hadden. Waarom hij een Björn Borg-haarband droeg was me niet duidelijk. Misschien om z’n gewonde hersenpan gedeeltelijk te verdoezelen. Geen idee.

Ze waren met z’n vieren. Alle vier met hetzelfde euvel. Het viel me op dat de heren rijkelijk voorzien waren van baard en ander lichaamshaar dat welig uit hun kraag krulde.

In het hotel waar ik verbleef, in Istanbul, kwam ik er later achter dat dit de ‘place to be’ is voor desperate kalenden. Mannen die hun heil zoeken bij de Chirurg. In Turkije. Volgens mij hebben ze daar de implantaten on sale; tien koppen voor de prijs van vijf.

De toegetakelde mannen die ik in het hotel zag, waren op zich geen opvallende figuren. Doodgewone mannen. De overbuur of jan met de pet, geen enkel waarvan ik de indruk kreeg dat zijn sexappeal zou toenemen met haardos.

Op zich heb ik niks tegen kalende of kale mannen. Waar ik wel van over m’n nek ga zijn gefrustreerde mannen die met de illusie rondlopen dat hun hoeveelheid haar hun aantrekkelijker zal maken. Zeg nu eerlijk dames, wat is er nu meer sexy dan een man die zich lekker in z’n vel voelt? Met of zonder haar… maakt geen ene fuck uit!

Loftuiting! Ode aan koffie!

 

 

‘Oh Godendrank, zwart als de nacht,

Verlicht mijn ziel van slaperigheid,

doordrenk mij met uw kracht

 

Les mijn dorst aan donkere vloeibaarheid,

op het ritme van een slok.

Cafeïneer mijn lijf en heb mij lief

 

Mijn Godendrank,

elke ochtend opnieuw

En opnieuw, opnieuw…

Wat is jouw missie?

In Amsterdam heb ik wortels. Elke vezel in mijn lichaam bevestigt dit terwijl ik langs de grachten en de trapgeveltjes slenter. Hier voel ik het verleden van mijn oma, mijn overgrootmoeder, mijn grootvader. Hier schilder ik het beeld van mijn familie uit lang vervlogen tijden.

Hier werd mijn oma geboren in 1900. Een millennium-kind. Hier heeft zij de ‘roaring twenties’ beleefd, haar dromen als mode ontwerpster gevolgd en liefde gekend. Op deze plek heeft zij gewonnen en verloren. De kille oorlog sneed de pas af van velen. Ook die van haar.

Op een dag was haar atelier dichtgetimmerd. Ja, haar klanten waren Joods. En die rotmoffen, zoals ze toen smalend genoemd werden, maakten alles stuk. Ook dat deel van mijn verleden. ‘Wat als…’ denk ik vaak. ‘Wat als’ ze haar bedrijf verder had kunnen uitbouwen zonder de oorlog. Wat als ze haar succes als mode ontwerpster verder had kunnen ontplooien. Grote namen als P&C, C&A, en vele anderen, waren haar vast cliënteel.

Als de oorlog niet zo wreed was geweest, was ik de kleindochter van een grote mode ontwerpster. Helaas werd die droom haar ontnomen. Meer dan eens. Soms draait het leven zo. Sommige dingen hebben we niet in de hand.


Nu leven we in een tijd dat iedereen zijn of haar leven zelf in de hand neemt. In alle geuren en kleuren wordt dit luidkeels verkondigd in magazines en zelfhulpboeken. Zelfontplooiing en je eigen leven in de hand nemen is nog nooit zo populair geweest. Als je voor de kost wc’s schoonmaakt, word je argwanend bekeken: ‘werk jij wel genoeg aan je zelfontwikkeling… Je kan vast méér dan dat’,  zijn de vragen die dan als een zwaar hangijzer in de lucht hangen. En ja, voor een groot stuk zijn we zelf verantwoordelijk voor hoe we onze talenten gebruiken.


Maar wat als er weer een oorlog uitbreekt? Wat als het klimaat een loopje met ons neemt en ook in onze contreien rampen veroorzaakt? Wat als ons vaderland zoveel schulden maakt dat inflatie onvermijdelijk is? Wat dan met onze zelfhulpboeken? Misschien krijgt een wc poetsen dan weer een frisse dimensie en krijgt de schup weer een waardige plaats. Dan is er plots geen ruimte meer voor al onze foliekes over je passie of missie volgen. Nee, dan is het overleven geblazen. Misschien moeten we dan gaten graven om lijken te bergen of vechten voor een hap eten. 

Dan zullen onze overlevingskwaliteiten en ons ‘basic instinct’ de dans bepalen…

 

Pief Poef Paf

Vroeger speelden we op straat. Hele dagen buiten. Energie barstte uit ons lijf. Buiten waren vriendjes, vriendinnetjes die zich in groep verzamelden. Hé, ga je mee spelen…

De zomer duurde een eeuw en de dagen waren lang. Ogen ontmoetten elkaar. Een verlegen ‘hoe heet jij’. Daarna was het simpel; je had een vriendje.

De buurt rond het huis was een avonturenpark. Verstoppertje in groep of een kamp van takken in het bos. Indianen en cowboys bestonden nog. Pief poef paf en jij was af. Er was oorlog en vrede, de slappe lach en een gat in je knie.

Thuis, de burcht waar je ging schuilen. De plek waar een dampende noen op tafel stond. En dan was er de Fabeltjeskrant en Skippy de Bush Kangaroo. Calimero,  Flipper, Zorro en de Televisier die te dik was.

Papa en mama waren waar ze waren.  Hier dacht je niet over na. Je voelde je veilig.  Je oudere broer was een plaag en je jongere zus zeurde.  Het was wat het was. Het was thuis. Groot worden was voor een later. ‘Ooit’ dat zo ver weg was en toch zo verschrikkelijk dichtbij…

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: